De speelgoedzaaiers

kade rechteroever

Autoconstructeurs mogen zichzelf milieuvriendelijk noemen, daarom zijn ze het nog niet. Daarom vindt KRIS PEETERS het des te verwonderlijker dat de overheid in dat discours meestapt, er zelfs fors middelen voor uittrekt en alternatieven niet steunt.

Over enkele dagen staan ze er weer, de files naar de Heizel omdat daar het Autosalon plaatsvindt. Officieel gaat het om een editie die alleen bedrijfswagens en vrijetijdswagens in de schijnwerpers zet. Maar zoals de website Autofans opmerkte ‘zijn er weinig merken die niet present tekenen'. Logisch, want de grens tussen werk-tuigen en speel-tuigen vervaagt gestaag. Ze worden dan ook zonder onderscheid aan de man gebracht als speelgoed voor volwassenen, in plaats van als de ‘levensnoodzakelijke gebruiksvoorwerpen' die doorgaans in mobiliteitsdebatten worden opgevoerd.

De salonslogan sluit daar naadloos op aan: Drive your dream. De organisatoren roepen op om ‘weer te dromen'. Ze motiveren dat als volgt: ‘De automobielsector staat de laatste jaren zwaar onder druk door internationale milieunormen en -wetgevingen. Een positieve en noodzakelijke evolutie voor de wereld van vandaag en morgen. Maar nu de economische en financiële crisis een beetje geluwd is en de meeste merken de nieuwe milieunormen een plaatsje hebben gegeven in hun assortiment, wil de organisator van het Salon de sector weer in een positief daglicht plaatsen.'

Zo leren we nog eens wat. Het milieu staat niet onder druk van de auto. Het is de autosector die zucht onder het juk van het milieu. Voorwaar een Copernicaanse revolutie die we nog niet kenden. En was er ooit reden tot aanpassing, dan is het blijkbaar genoeg geweest: we worden uitgenodigd ons te komen vergapen aan ruime monovolumes, robuuste 4x4's en de vele pk's van de luxewagens. Geen woord over compacte, lichte voertuigen, met een vermogen dat aan de echte behoeften aangepast is. Niet verwonderlijk natuurlijk: naar dit soort voertuigen is het zoeken met een vergrootglas. In realiteit zijn de meeste modellen nog altijd overgemotoriseerd en oversized. Ze lijden dus aan overgewicht, wat letterlijk weegt op de energie- en milieuprestaties. In 1980 zette een in Europa verkochte auto gemiddeld 944 kg op de weegschaal. In 2009 was dat 1.337 kg. Van alle fabrikanten met in 2009 meer dan 10.000 ingeschreven voertuigen in de Europese Unie slaagde welgeteld één fabrikant erin volledig te voldoen aan het Europese streefcijfer van 110g CO2/km voor 2015: Marutti.

Ik heb het nagekeken, Marutti staat niet op het Salon.

Lobbyende sector

Het is waar: in één droompaleis kan je (mee)rijden met elektrische auto's. Het gaat dan om modellen die in de meeste gevallen nog niet te koop zijn. Vandaag dienen ze dus vooral als gewetensussend glijmiddel voor de klassieke modellen met verbrandingsmotor. Over enkele jaren zullen deze laatste door de sector zelf als vervuilend en onverantwoord worden afgeschreven (en aldus een argument zijn om een nieuwe wagen te kopen), maar voorlopig heten ze nog groen en milieuvriendelijk. Niet omdat ze dat werkelijk zijn, maar omdat overheid en autosector dat zo met elkaar hebben afgesproken.

In het beste geval zijn ze een beetje minder schadelijk voor milieu en gezondheid dan gemiddeld. En dan nog. Intussen is genoegzaam bekend dat er een kloof gaapt tussen theorie en praktijk. Bovendien zijn de normen niet tot stand gekomen op basis van wat ons klimaat en ons milieu kunnen dragen, maar na intensief gelobby van de sector. Vooral de Duitse autobouwers, traditioneel aanbieders van grotere en zwaardere wagens, lieten zich daarbij niet onbetuigd.

Het resultaat is navenant. Mede door een groeiend wagenpark en toenemend wagengebruik, is de CO2-uitstoot van de transportsector in vergelijking met twintig jaar geleden toegenomen, niet afgenomen.

Al met al is het dus nog wat vroeg om back to business as usual te gaan.

Arrogante sector

Nu ja, de autosector is nooit een toonbeeld van maatschappelijk verantwoord ondernemen geweest. Dan heb ik het niet alleen over het arrogante gemak waarmee hij zijn personeel bij het groot huisvuil zet als de winsten onder druk komen. Er is ook het historische gegeven dat alle betekenisvolle innovaties op het vlak van veiligheid en milieu er kwamen omdat ze werden afgedwongen door consumenten- en milieuorganisaties en, later, overheden.

Van de autoconstructeurs moeten we dus niets anders verwachten. Maar dat de federale overheid zich in naam van het milieu en met belastinggeld medeplichtig maakt aan de grote restauratie-operatie van de sector, doet de wenkbrauwen fronsen.

Wie vandaag een auto koopt die, althans in een laboratorium, minder dan 115g/CO2 per kilometer uitstoot, wordt daarvoor beloond met een fikse overheidspremie. De gevolgen van die regeling zijn velerlei en pervers.

Om te beginnen zijn de betrokken modellen zowat de enige waarvoor de sector de wetgeving respecteert inzake de affichering van de milieugegevens. Voor alle andere kunnen de lettertjes niet klein genoeg zijn. Dat is mogelijk, want een systematische controle op de al uit 2001 daterende wet ontbreekt.

Ten tweede wordt de schade voor het milieu verengd tot CO2. Zo vallen alle andere emissies buiten beeld. Een verdere verdieselijking van ons wagenpark is het gevolg, zodat we kunnen spreken van door de overheid gesubsidieerd fijn stof.

Het moet zijn dat een en ander bewust gebeurt. Ons land beschikt immers al enkele jaren over een veel betere (zij het evenmin perfecte) maatstaf voor milieuschadelijkheid: de ecoscore, die rekening houdt met veel meer parameters.

Ten derde gaan de federale premies compleet voorbij aan het gegeven dat elke nieuwe wagen al verantwoordelijk is voor een pak energie- en milieuverbruik nog voor hij ook maar één kilometer heeft gereden. Deze embodied energy, de energie die nodig was voor de productie en die dus door de auto ‘belichaamd' wordt, weegt natuurlijk minder zwaar door naarmate die auto langer wordt gebruikt. Bijgevolg is het allesbehalve vanzelfsprekend dat de vervanging van oude wagens door nieuwe een zegen is voor het milieu.

Onveilige sector

Zou het kunnen dat wat ons gepresenteerd wordt als milieubeleid eigenlijk vooral economisch steunbeleid is aan een sector die decennialang alleen zichzelf als norm aanvaardde? Een waarachtig milieubeleid zou premies geven voor het niet-bezitten van een auto, voor de aankoop van een fiets of voor de uitrusting van het bestaande wagenpark met Intelligente Snelheidsaanpassing (ISA). Dat laatste zou niet alleen winst opleveren voor het milieu, maar ook voor de leefkwaliteit en de verkeersveiligheid.

Overigens hebben we het dan nog niet gehad over het meest perverse effect van de premies: de gesubsidieerde verkoop van auto's met ‘lage' CO2-uitstoot zorgt ervoor dat het gemiddelde van alle verkochte wagens van elke constructeur daalt. Daardoor kunnen ze hun dure, zware, snelle, meer winstgevende en meer vervuilende topmodellen blijven aanbieden zonder het risico op boetes van Europa.

Het heeft er dan ook alle schijn van dat de dromen waarmee men ons vandaag wil laten rijden, de nachtmerries van morgen zullen zijn.

Kris Peeters
De Standaard 15-01-2011
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=9D34TILI

Virtuele wereld

Watersnood van Geraardsbergen en Wallonië over Australië tot in Brazilië. Maar in de droompaleizen van het Autosalon hebben alle auto’s gelukkig airco.

Ik was er gisteren met Lucas Vanclooster (Vandaag, Radio 1)). Een korte impressie kan je beluisteren op:

http://internetradio.vrt.be/radiospeler/v2_prod/wmp.html?qsbrand=11&qsODfile=/media/audio/r1vand18u-18u30140111

Andere kritische kanttekeningen (iemand moet wat tegengewicht geven) heb ik samengebracht in een opiniestuk dat vandaag in De Standaard verscheen:

http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=9D34TILI

Kris Peeters 15-01-2011
http://deanderekrispeeters.wordpress.com/2011/01/15/virtuele-wereld/
 

Tags: