De leefstraat naast de Wetstraat

kade rechteroever

Pleidooi voor burgerparticipatie

 

Kan het nog, dat in een tijd waarin alles rond winst draait burgers samen waarde creëren, een waarde die het financiële overstijgt? Jazeker, schrijft Dirk Holemans, kijk naar Wikipedia, kijk naar Linux. En de overheid, zij mag die talloze initiatieven niet in de weg te staan, maar moet ze de hand reiken.

Wie? Coördinator denktank ­Oikos. In september verschijnt zijn boek ‘Vrijheid & Zekerheid. Naar een sociaalecologische ­samenleving’ (EPO).

Wat? In de samenleving van de toekomst moet de overheid zich als partner van burgers opstellen: op gelijke voet zoeken beide partijen samen oplossingen.

De term Tweestromenland krijgt stilaan een nieuwe betekenis. In de hoofdstroom: regeringen gefixeerd op besparingen, onvermogend om te werken aan een duurzame toekomst. Zo schreef deze krant over hoe de politiek zelf het draagvlak voor groen energiebeleid onderuithaalt (DS 4 mei). De tweede stroom, jammer genoeg in de schaduw van de eerste, is een delta gevormd door de ontelbare burgerinitiatieven die aan een betere wereld werken. Zij versterken de democratie en zijn een bron van hoop op een duurzame samenleving. Burgers die hun vrijheid actief invullen, vermogen meer dan we denken.

Een voorbeeld. Op een dag heeft de 21-jarige student Linus Torvalds het gehad met de peperdure software waar de computers van zijn universiteit op draaien. Hij gaat niet klagen, maar start met een onmogelijk geacht project: zelf een besturingssysteem schrijven. Het is 1991. Via het prille internet stelt Torvalds een eerste versie ter beschikking en al snel gaan honderden vrijwilligers ermee aan de slag. Er ontstaat een gemeenschap die samen werkt aan wat later Linux zal heten. Twintig jaar later verkiezen vele organisaties die opensourcesoftware nog steeds boven Windows. Niet slecht voor een zot idee van een bachelorstudent. Linux groeit uit tot een model voor andere grensverleggende projecten als Wikipedia. Opmerkelijk dat in een tijd waar alles schijnt te draaien rond winst, burgers zich belangeloos inzetten voor de creatie van gemeengoed, oftewel commons.

Over naar Tienen. Tussen het station en de Grote Markt ligt daar een stadspark. Gebrekkig onderhoud, zwerfvuil en verhalen over drugsdealers maakten er een te mijden plek van. Begin 2014 besluiten enkele Tienenaars dat het anders kan: ze willen de rijkdom van het park tonen aan de bevolking en het beleid. Het resultaat: ParkLife 2014. Een netwerk van zestig organisaties zet activiteiten op poten en schenkt Tienen in de zomer van 2014 een park vol leven, met optredens, een kunstenparcours, een ruilmarkt. Intussen staat ParkLife 2016 al in de steigers.
 

De geboorte van de mondige burger
 

Democratie is de voortdurende zoektocht naar een geschikte vorm van samenleven in het licht van veranderende omstandigheden. We zijn daar allang mee bezig. De Griekse wijsgeren legden een stevige fundering, maar die was bedoeld voor kleine stadsstaten als het toenmalige Athene. Het duurde tot begin achttiende eeuw voor er een nieuwe formule kwam voor de toegenomen bevolking: de representatieve democratie. Filosoof James Mill omschreef die als de grand discovery of modern times. Tegelijk kwam er een andere visie op burgerschap: het republikeinse idee gebaseerd op actieve burgers ruimde plaats voor burgers die blij waren dat ze het regeren konden overlaten aan hun volksvertegenwoordigers. Zo kwamen we tot de natiestaten zoals we ze vandaag kennen.

In de jaren 60 kwam de representatieve democratie onder vuur te liggen, met het protest tegen autoritaire structuren. De mondige burger werd geboren en zou niet meer verdwijnen.

Sinds de jaren 80 zijn participatie en deliberatieve democratie de ordewoorden: betrek burgers bij het beleid en vertrouw op hun oordeelsvermogen. Alleen als we burgers van bij het begin betrekken bij lastige maatschappelijke vraagstukken, kan er een draagvlak ontstaan voor moeilijke beslissingen. En kan synergie ontstaan tussen beleidsmaatregelen en de zoektocht naar duurzame levensstijlen. Zo groeit het draagvlak voor minder auto’s in de stad als bewoners en winkeliers de voordelen ervan ervaren.

Die ideeën vonden voor een stuk ingang op lokaal vlak, maar op regeringsniveau gebeurde er zeer weinig. Als het er echt op aankomt, bij grote infrastructuurwerken, is de politiek de burger liever kwijt dan rijk.

Participatie en deliberatie zijn essentiële bouwstenen om de parlementaire democratie te versterken. Maar ze gaan nog te veel uit van het monopolie van de politiek op het vormgeven van de samenleving. Het gaat niet alleen over de burger betrekken bij de politiek, maar vooral over welke rol hij krijgt en neemt bij de uitbouw van de samenleving.

Zowel de staat, de markt als de burgers kunnen zaken in handen nemen. Het is geen of-of-vraag. Bij deze nieuwe visie op democratie past een nieuwe rol voor de overheid: die van partnerstaat. De overheid kent burgers een volwaardige rol toe bij de uitbouw van de samenleving. Laat ons van de publiek-private samenwerking, die vaker wel dan niet tegenvalt en duurder blijkt dan gedacht, evolueren naar publiek-civiele samenwerking.

Fictie, denkt u? Over heel de wereld zijn steden aan het experimenteren met het ondersteunen van commons. Een sprekend voorbeeld is Bologna. In plaats van de stad op te vatten als een gebied dat politici en experts moeten beheren, ging de universiteitsstad uit van een sociaal ecosysteem met stadsbewoners als zelfstandige en verbeeldingsrijke actoren. In Vlaanderen kunnen we daar alleen maar van dromen, al komt het voorbeeld van de leefstraten in Gent aardig in de buurt. Van bij de aanvang heeft het stadsbestuur het idee van haar stadsbewoners gesteund zonder het over te nemen. Elke zomer kiezen meer bewoners er voor om hun straat een maand autovrij te maken.


 

De nieuwe helden
 

Er zit ook een valkuil in dit pleidooi voor burgerinitiatieven: dat het gelezen wordt als een betoog om de overheid af te bouwen. Maar daar heeft het niets mee te maken. Burgerinitiatieven vergen geen kleinere, maar een andere overheid. Een die alert is voor wat er leeft en de eigen dienstverlening niet afbouwt maar verbindt met burgerinitiatieven. Als burgers een ruilbib inrichten, is dat geen reden om de openbare bibliotheek af te bouwen, maar een gelegenheid om ook na te denken over een zaden- of werktuigenbibliotheek.

De ceo’s van Silicon Valley lijken wel de nieuwe helden, maar iedereen vergeet wat ze aan de overheid te danken hebben: investeringen in de beginfase, bescherming van hun winst via patentregels. Ze aarzelen overigens niet om te bijten in de overheidshand die hen eerder voedde.

Voor mij blijft Linus Torvalds het prototype van de nieuwe held. Hij deelt zijn creativiteit met gelijken, toont dat samenwerking superieur is aan concurrentie en maakt wat opgebouwd is voor iedereen beschikbaar waardoor het zo bestand is tegen privatisering. Tegelijk bouwen heel wat bedrijven een verdienmodel rond Linux. Commons en markten zijn dus niet per se tegengestelden. Torvalds toont dat het dominante concurrentiemodel niet de enige manier is om waarde te creëren – tenminste als we waarde breder definiëren dan als louter kapitaal. Waarde kan ook zijn wat de gemeenschap in handen heeft: het product van rijke sociale interacties.

 

Dirk Holemans
de Standaard 07-05-2016
http://www.standaard.be/cnt/dmf20160506_02277001

Tags: