De Lijn ontspoort Deel 2

kade rechteroever

Om het hoofd te bieden aan de vele mobiliteitsproblemen – huidige en toekomstige – is een goed uitgebouwd openbaar vervoersnet een absolute vereiste. Frequente gebruikers van tram en bus in het Antwerpse weten dat dit momenteel niet het geval is. Hoe dat komt en wat voor werk er nog op de plank ligt, daar gaat ons vijfdelige dossier De Lijn ontspoort over.
Vandaag zoomen we in op de grotendeels verouderde vloot. Terwijl overal ter wereld de oude PCC-stellen als toeristische attractie rondrijden, moeten in Antwerpen deze ‘museumstukken’ worden ingezet om de dienstverlening te verzekeren.
Maandag brachten we uit dat twee nagelnieuwe Albatrossen van elk 3,15 miljoen euro gestript worden voor onderdelen. En ook de volgende dagen houden we De Lijn Antwerpen vanuit verschillende invalshoeken tegen het licht. (wd)
Morgen deel 3: Geen geld en ouderwetse bedrijfscultuur  

 

 

Een PCC is in andere steden allang een toeristische attractie”


Oude trams uit jaren 60 blijven in circulatie uit pure noodzaak 

De Lijn heeft in Antwerpen nog 124 PCC-trams in gebruik. De oudste daarvan is aangekocht in oktober 1960 en bolt tot op vandaag nog steeds door Antwerpen. Dankzij deze PCC’s blijft de dienstverlening door De Lijn overeind.
 

TEKSTEN: PATRICK VAN DE PERRE, SACHA VAN WIELE

De ontstaansgeschiedenis van de PCC-trams gaat terug tot 1929 in de Verenigde Staten. De directeuren van toenmalige Amerikaanse trambedrijven hielden een conferentie over de toekomst van de tram. Er werd besloten een moderne standaardtram te laten bouwen om de strijd tegen de oprukkende auto en bus aan te kunnen. Daaruit ontstond de Presidents’ Conference Committee-tram of PCCtram.

De technologie was toen uniek. Het voertuig rijdt volledig op elektriciteit, zelfs de remmen worden elektrisch bekrachtigd. Het was ontworpen om zelfs op de slechtste sporen te kunnen rijden. Een eerste reeks van 39 Pcctrams werd in 1960-1961 geleverd in Antwerpen. De Lijn Antwerpen beschikt vandaag nog steeds over 124 PCC-trams.


 

 

 Te warm of te nat? Panne! 

“Als alle nieuwe trams meer en efficiënter zouden worden ingezet, reden er amper nog PCC’s in Antwerpen”, zegt Dirk Wiesé van de belangenvereniging Treintrambus (TTB). PCC-trams zijn de reservespelers van het openbaar vervoer voor als de nieuwe trams niet uitrijden door een defect. “Of als er geen personeel is dat met de nieuwe trams kan rijden”, zegt een personeelslid. “Het gevolg is dat we vaak met een oude en versleten PCC de baan op moeten.”

En dat is lang niet altijd een succes. Als een defecte tram moet worden gesleept, is het bijna altijd een PCC. “Logisch”, zegt een trambestuurster. “Als het te warm of te nat is, verhoogt het risico op panne. Eigenlijk kan dit toch niet meer in 2017?”
 

“Elke dag zes voertuigen te weinig” 

Toch wordt er in de stelplaatsen alles aan gedaan om de voorbijgestreefde PCC’s telkens opnieuw rijklaar te maken. “Als er zeventig PCC’s nodig zijn, dan zorg ik ervoor”, zegt een technieker. “We moeten roeien met de riemen die we hebben en dat is niet altijd evident. Die PCC’s zijn mijn kindjes en ik doe er alles aan om ze rijklaar te maken en te houden. Soms hebben we gewoon niet voldoende wisselstukken of tijd voor herstellingen om een tram de baan op te sturen. We komen elke dag sowieso zes voertuigen tekort.”
 

Museumstukken 

Dirk Wiesé is duidelijk. “Een PCC is een ontwerp dat dateert van voor de Tweede Wereldoorlog. Er is maar één stad ter wereld waar deze voertuigen nog dagelijks gebruikt worden en dat is Antwerpen. Ik ken wel andere steden waar ze nog rondrijden. Maar dan wel als toeristische attractie. Dit zijn ondertussen museumstukken geworden.”

Ooit lag er een decreet op tafel om trams niet langer dan vijftig jaar in gebruik te houden. “Omdat het parlement vreesde dat de werking van het openbaar vervoer in het gedrang zou komen, werd dat decreet aangepast”, legt Dirk Wiesé uit. “De gevolgen zijn nog steeds zichtbaar in Antwerpen.

Hoe moeilijk kan het zijn om bij te houden waar er trams van welk jaar rijden om dan vervolgens te beslissen welke trams er eerst moeten vervangen worden?”
 

Inhaalbeweging 

 Roger Kesteloot, directeur-generaal van De Lijn, geeft toe dat de Pcctrams nodig zijn om de dienstverlening in Antwerpen te garanderen. Het aantal PCC’s zal de volgende jaren wel gestaag afnemen. “In de meeste gevallen gaat het om gekoppelde rijtuigen, waardoor we een capaciteit aanbieden die een korte Albatros benadert”, zegt Kesteloot.

“Iedere keer als er nieuwe trams worden geleverd, neemt het aantal oude voertuigen af. We zijn met een inhaalbeweging bezig. Dat is een operatie die nog een aantal jaren zal duren. De investeringen in rollend materiaal hebben in de periode 2007-2009 in een dip gezeten. Daardoor was het niet mogelijk om trams sneller te vervangen. Sommige PCC’s zijn ondertussen uit gebruik genomen. Ze staan klaar om verschroot te worden of worden nog gebruikt voor de onderdelen. Het zijn enkel de gereviseerde modellen die nog dienstdoen.”

De trams in Antwerpen zijn gemiddeld 28 jaar en 9 maanden oud. Die leeftijd zal sterk dalen als na de zomer de veertien nieuwe Albatrossen de baan op gaan. “Als de onderhoudsintensieve PCC’s met pensioen gaan, daalt ook het percentage voertuigen die in de stelplaats staan”, zegt Kesteloot.

 

“Voor oudere mensen is dit geen pretje”

 

Met de PCC van het Sportpaleis naar de Bolivarplaats

Het is 11 minuten na 10 op een dinsdagochtend. Tram 12 arriveert stipt op tijd aan de beginhalte tegenover het Sportpaleis. Voertuig ‘7058’ vertrekt vrijwel leeg. Het is een PCC, ofwel een van de oudjes op de Antwerpse sporen.


 

Mariette Rondas is een van de eerste passagiers. De vrouw uit Deurne maakt vrijwel dagelijks gebruik van tram 12 richting stationsbuurt. “Het is een oud karretje en dat zorgt soms voor problemen. Tijdens de spits is de tram altijd overvol en dan is rechtop staan geen pretje. De tram slingert enorm in de bochten. Dat heb je toch minder met die moderne trams.”

Vanaf Schijnpoort zit de tram vol. Spits of geen spits. “Soms spreek ik af met een oudere vriendin om de stad in te gaan. Dan mijden we tram 12. Voor haar is het echt niet comfortabel om recht te staan. En opstappen valt haar zeer moeilijk. De trede is te hoog.”
 

Jeugdsentiment 

De tram rijdt knarsend de Seefhoek in richting De Coninckplein. Doorheen de ruimte is een constant gezoem hoorbaar. De verwarming. Het gebeurt niet zelden dat die ook tijdens de zomermaanden volop staat te loeien. En dan is het niet te harden op een PCC. Maar nu is de temperatuur goed.

Het is een beetje jeugdsentiment. Ik weet niet hoe lang ik al met deze trams rijdt”, zegt Mariette. Voorbij het De Coninckplein zit alles muurvast. Het korte tochtje van het plein tot voorbij de Franklin Rooseveltplaats duurt langer dan het traject ervoor. En in de Van Wesenbekestraat blokkeert een leverancier de tramsporen. “Dagelijkse kost”, zegt Mariette. Maar dat heeft weinig met de PCC te maken. Elke andere tram zou hier hetzelfde probleem hebben. Een van doorstroming.
 

Piepen en schokken 

Bij iedere halte maken de deuren een piepend geluid. Alsof ze moeite hebben om open te gaan. Achteraan staat één van de deurtjes scheef bij het sluiten. Je kunt er een boek doorheen schuiven. Op de Leien stappen Dean en Pauline op. Een jong stel dat naar de Bolivarplaats moet. Ze rijden liever met een Hermelijn, of beter nog een Albatros. “Maar het gaat erom dat je op je bestemming raakt en dat lukt ook met deze tram”, zegt Dean.

Zitten vindt het stel geen pretje. "De banken zijn oud en het lijkt soms alsof je op metaal zit. En een PCC schokt enorm vaak. Zeker bij het stoppen of vertrekken. Ik kan me voorstellen dat dit voor oudere mensen geen pretje is.”
 

De tram rijdt verder richting Bolivarplaats. Hij heeft slechts drie minuten vertraging op het schema. Aan de Brederodestraat sleept een vrouw een caddy op de tram. “De deurtjes zijn te smal en ze gaan snel dicht. Het is omdat het slecht weer is. Anders ging ik te voet. Mensen zoals ik kunnen niet anders dan de tram nemen, want ik heb geen auto. Leuk vind ik het niet. Veel te druk en ik heb vaak zo’n oud ‘mormel’. Gelukkig doe ik alleen maar korte ritjes. Tenzij ik naar mijn dochter in Boom ga. Dan neem ik de bus. Dat is veel prettiger reizen.”
 

De Lijn huurt 17 bussen bij exploitanten

 

Eigen wagenpark krijgt opknapbeurt

JORIS HERREGODS
 

De Lijn Antwerpen huurt bussen van een exploitant uit Oost- Vlaanderen om het tekort in Antwerpen op te vangen. Directeur-generaal Kesteloot geeft dat toe: “We huren ze om de dienstverlening aan onze reizigers te blijven garanderen.”
 

De openbare vervoermaatschappij De Lijn huurt zeventien bussen bij een busexploitant uit Oost-Vlaanderen. Dat is nodig omdat een groot aantal bussen van de De Lijn defect is, of in onderhoud. Roger Kesteloot, directeur-generaal van De Lijn, nuanceert.
 

“Het klopt inderdaad dat we in Antwerpen tijdelijk bussen uit onder meer Oost-Vlaanderen huren om een piek op te vangen. We huren ze om de dienstverlening aan onze reizigers te blijven garanderen, terwijl we de staat van onze eigen bussen grondig opkrikken. Dat vergt een langer verblijf in het onderhoudscentrum, waardoor we tijdelijk minder bussen beschikbaar hebben.”
 

Afgeschreven? 

Sommige mensen bij De Lijn en daarbuiten maken zich zorgen over de gehuurde bussen, omdat ze bij de exploitant afgeschreven zouden zijn. “Dat ze voor de pachters zijn afgeschreven, betekent niet dat ze niet meer voldoen”, zegt Kesteloot. “Deze busexploitanten schrijven hun bussen af na acht à tien jaar. Dat is puur boekhoudkundig. Een leasingwagen wordt ook afgeschreven na drie à vier jaar, maar je kunt er nog jaren mee rijden. Voor wij die bussen de baan op sturen, worden ze gecontroleerd op deugdelijkheid. Bij ons valt de afschrijvingstermijn samen met de levensduur van veertien jaar. Sommige van onze bussen houden we ook na die termijn in gebruik, maar slechts zeer uitzonderlijk. Die voertuigen worden gebruikt als reserve. Een bus van De Lijn is gemiddeld negen jaar en vijf maanden oud.”
 

Properder en groener 

Ondertussen zette De Lijn een nieuw zorgprogramma op voor de bussen. De focus komt te liggen op het onderhoud van de bussen. “Dit heeft wel als negatief effect dat de bussen iets langer buiten dienst zijn voor onderhoud, maar moet op termijn voor betrouwbaardere bussen zorgen”, zegt Peter Vanwalleghem, directeur De Lijn Antwerpen. “De tweede focus ligt op de properheid. We gaan onder meer met een nieuwe machine de zitjes beter en dieper kunnen reinigen.”
 

Daarnaast is er de vergroening van het wagenpark van De Lijn. Met de komst van de lage-emissiezone (LEZ) in Antwerpen en op termijn ook in Mechelen zet dat de openbare vervoermaatschappij onder druk. “Het wagenpark van De Lijn moet vergroenen en dat gaat nooit op tijd lukken”, zegt Jo Van der Herten van ACV openbare diensten. “Antwerpen heeft al een lage-emissiezone en Mechelen krijgt er één in 2018. Afhankelijk van het gebied van de LEZ in Mechelen en met de huidige aanbestedingstermijn voor nieuwe bussen kunnen ze in de regio Mechelen tegen dan de boeken sluiten.”

 

100 nieuwe bussen voor Antwerpen 

“Klopt niet”, zegt directeur-generaal Kesteloot. “De provincie Antwerpen krijgt dit en volgend jaar bijna honderd nieuwe bussen, terwijl we in Antwerpen een zeventigtal oudere bussen met een euro II-motor hadden. Het zijn die bussen die de lage-emissiezone niet in mogen. Dit jaar gaan in Antwerpen alle gewone euro II-bussen buiten dienst, behalve een vijftiental gelede bussen, die in 2018 volgen. Dankzij de nieuwe leveringen hebben we genoeg bussen in de provincie om aan de regels te beantwoorden.”


Gazet van Antwerpen 28-02-2017 pag. 6-7

Tags: