Debatman

kade rechteroever

Vorige week nam ik deel aan de ViA Rondetafel ‘duurzame en creatieve steden’. Alleen al de moeite omdat de wandeltocht van het Noordstation naar de congreslocatie ons leidde langs één van die vele verborgen parels in Brussel: een prachtig langgerekt parkje dat de beklimming van de heuvel richting Paleizenstraat tot een wonderlijke ervaring maakt. De studiedag zelf was overigens ook interessant. Er waren 270 deelnemers uit Vlaanderen en Brussel. Stadsplanners, stedenbouwkundigen, architecten, beleidsverantwoordelijken, duurzaamheidsambtenaren, projectontwikkelaars, mobiliteitsdeskundigen, sociologen, sociale geografen en nog wat rare vogels discussieerden een dag lang over ‘stedenbeleid’. Boeiend.

 

Alleen een tikje onrustwekkend dat deze bonte verzameling deskundigen erin slaagde om een hele dag te rondetafelen zonder, alvast in de plenaire gedeelten, ook maar één keer een woord (laat staan een onvertogen woord), te laten vallen over shoppingcentra. Nochtans wordt er in de komende weken en maanden beslist over het al dan niet toelaten van enkele megashoppingcentra in het centrum van ons land. Als die shoppingcentra er inderdaad komen, dan betekent dat noch meer noch minder dan de doodsteek voor een aanzienlijk deel van de lokale middenstand in vier of vijf steden in die regio. Met één slechte beslissing kunnen de inspanningen en de resultaten van jaren ‘stedenbeleid’  in één keer onderuit gehaald worden. Dat zwaard van Damocles hing de hele dag boven al die knappe koppen, maar er was niemand die het zag.

 

Of zagen ze het wel, maar durfden ze er niet over te beginnen?

 

Ik merk het wel vaker dat in dit landsdeel, eenmaal het gaat over mobiliteits- en stedenbouwaangelegenheden, de pleinvrees onmetelijk is. Zeldzaam zijn de specialisten uit het veld die de dingen bij naam en toenaam durven noemen.

 

Kwade tongen beweren dat dit komt door de bekrompenheid van onze overheden en instellingen. Die zouden een kritisch geluid afstraffen bij de eerstvolgende gelegenheid waarop subsidies of opdrachten worden verdeeld. Best mogelijk dat hier iets van aan is. Sommige instellingen en ministers van verschillende pluimage staan inderdaad bekend om hun lange tenen en een gedrag dat niet geheel vrij is van rancune. Zelfs onze universiteiten, die toch vrijhavens voor het denken zouden moeten zijn, verkrampen daardoor bij de gedachte  dat ze standpunten zouden innemen die hun broodheren (m/v) onwelgevallig zijn.

 

Maar ook als ze hun goede redenen zouden hebben: zwijgen en de andere kant op kijken is een keuze. En dus ook de verantwoordelijkheid van de betrokkenen zelf.  Als die morgen de moedige beslissing zouden nemen om zich van beleidsinstanties met een tunnelvisie niets aan te trekken (en daarbij voor lief te nemen dat dit op de korte termijn wat centen kost), men zou er vergif op kunnen innemen dat de debatcultuur in geen tijd zou veranderen – gewoon door het mechanisme van ‘de kritische massa’, die dan voor één keer een mooie dubbele betekenis zou krijgen. Democratie slijt bij niet-gebruik. Er geen gebruik van maken is dus ondemocratisch.

 

Herinner u hoe stil het is geweest in deskundigenmiddens in alle belangrijke mobiliteits- en planologische debatten van de laatste jaren: de Ring van Brussel, de shoppingcentra, de alarmerende ongevallencijfers, de besparingen bij De Lijn, de Oosterweelverbinding… Is het geen schandvlek op het blazoen van alle verkeersdeskundigen en stedenbouwkundigen dat het debat over die laatste uiteindelijk is bepaald geworden door een reclameman en een germanist? (waarmee ik niets wil afdoen aan de prestatie van de betrokkenen – wel integendeel)

 

Ik wacht vol ongeduld op de dag van zo’n Nieuwe Verlichting – de dag ook waarop de echt grote beleidsmannen en -vrouwen eindelijk de kans zullen krijgen om hun grootsheid te tonen.

 

De Andere Kris Peeters 21-03-2012
http://deanderekrispeeters.wordpress.com/2012/03/21/debatman/
 

Tags: