Deel van de oplossing: deel een auto

kade rechteroever

We staan met zijn allen (of toch met velen) stil in de file. Auto’s dan maar afvoeren is een al te simplistisch antwoord. Anders met auto’s omgaan, daar ziet Kate Croisier wel brood in.
 

Het aantal autoritten kan met 15 procent dalen als werknemers (financieel) gestimuleerd worden om op zoek te gaan naar een alternatief (DS 24 maart) . Het aantal privéwagens terugdringen is een goede zaak, maar we moeten ook op zoek naar alternatieve manieren om wagens te gebruiken.

België is het meest dichtgeslibde land van Europa, met Antwerpen en Brussel als trieste recordhouders op het vlak van files. Dat onze steden steeds dichter bevolkt raken, zal niet automatisch leiden tot minder wagens. In dichtbevolkte wereldsteden als Shanghai en Singapore overstijgt de vraag naar auto’s het aantal beschikbare nummerplaten. Die worden er verloot of voor absurde bedragen verkocht aan de hoogste bieder. Beide steden stevenen af op een situatie waarbij er te veel wagens zijn en te weinig wegen waar ze op kunnen rijden. Mensen betalen zich blauw voor een nummerplaat om vervolgens in de file stil te staan.

Waarom blijft de wagen zo belangrijk? Zijn consumenten zo dom dat ze niet inzien dat ze beter andere vervoersmiddelen gebruiken? Niet echt. Liefst 40 procent van de eigenaars van een wagen in Brussel gebruikt zijn wagen zelden of nooit. Omdat ze er toch maar mee in de file staan, of omdat ze bang zijn om hun parkeerplaats kwijt te spelen. Toch wil slechts een minderheid die wagen helemaal opgeven, omdat je niet elk mobiliteitsvraagstuk oplost met fiets of openbaar vervoer. Misschien kan je het eerste deel van je traject wel afleggen met het openbaar vervoer, maar vervolgens raak je moeilijk op het werk dat aan een industrieterrein ligt. Of je wil ’s avonds de kinderen aan de school afhalen en daarna boodschappen doen, maar daardoor ben je de hele dag vastgeketend aan die wagen.

In de discussie over het mobiliteitsbudget is de uitdaging dus om een formule te vinden die mensen aanmoedigt om de wagen uitsluitend te gebruiken voor trajecten waar geen beter alternatief voorhanden is. Daartoe zijn deelauto’s een deel van de oplossing. Je pikt ze op waar je ze nodig hebt en laat ze aan je bestemming weer achter voor de volgende gebruiker.

Consumenten begrijpen heel snel wat de voordelen zijn van zo’n systeem. Gebruikers van deelauto’s geven hun privéwagen op of zien af van de aankoop van een (tweede) gezinswagen. Elke deelauto vervangt minstens zes wagens in privébezit. Autodelers rijden ongeveer een derde minder met de wagen dan mensen met een eigen auto. En hoe meer gebruikers van deelauto’s er komen, hoe meer deelauto’s er komen en hoe nuttiger het netwerk van deelauto’s zal worden voor de consument.

De Belg is klaar voor dat idee: in ons land maken nu zo’n 30.000 mensen geregeld gebruik van autodeeldiensten, dubbel zoveel als een jaar geleden. Wereldwijd verwachten we dat het aantal autodelers jaarlijks zal toenemen met 33 procent tot 23,4 miljoen in 2024, van wie ruim 6 miljoen in Europa. Op die manier hoeven we de auto niet langer te demoniseren, maar kunnen we hem op een slimme manier inzetten om de mobiliteitsproblematiek op te lossen.

Kate Croisier - Marketmanager van Zipcar Brussel
De Standaard 27-03-2017
http://www.standaard.be/cnt/dmf20170326_02801077

Tags: