Het negende leven van het Noordkasteel

kade rechteroever

Het is een kat met negen levens, dat Noordkasteel. Het einde ervan werd al meermaals aangekondigd. “Vijftien jaar geleden lag dat al op tafel, toen er voor het eerst sprake was van de Oosterweelverbinding”, herinnert Patrick Blondé, directeur van de Hogere Zeevaartschool zich. Nu dankzij een doorbraak in de onderhandelingen de geboorde tunnels weer op tafel liggen, kunnen de vogels en vissen van het Noordkasteel terug opgelucht ademhalen.

Nee, een kasteel staat er al lang niet meer. En prinsen vind je er ook niet, aan het Noordkasteel. Wel kapiteins, coureurs en studenten die er graag aan het groengrijze water verpozen. Kapiteins die twaalf jaar hebben gevaren, zoals Patrick Blondé, algemeen directeur van de Hoge Zeevaartschool aan het Noordkasteel.

“Wat een positief nieuws, dat het Noordkasteel grotendeels behouden kan blijven”, zegt kapitein Blondé (65), die vanuit zijn raadszaal een prachtig uitzicht heeft op het meertje en bosgebied dat vandaag het Noordkasteel vormt. “Ik ben ook blij dat er een doorbraak is in de onderhandelingen: ik hoop dat ze straks eindelijk kunnen beginnen aan het sluiten van de Ring en de betere ontsluiting van onze school. Daar wacht ik ook al vijftien jaar op”, zegt hij met een knipoog.

“Al die negatieve berichtgeving over het einde van het Noordkasteel de voorbije jaren heeft ervoor gezorgd dat we studenten misliepen: heel wat ouders dachten dat als het Noordkasteel plaats zou moeten maken voor infrastructuurwerken en dat het verhaal van de Zeevaartschool ook ten einde was. Daar is nooit sprake van geweest, in welk scenario dan ook.”

Bootgebouw

De school, in 1931 gebouwd in de vorm van een schip, is een geklasseerd monument. “Dat helpt”, zegt Blondé. “Dat we altijd een heel goede verstandhouding en vlotte communicatie met de mensen van BAM hebben gehad, ook. Ik heb hier zelf nog op school gezeten. Toen liepen er hier minder dan honderd studenten rond, nu zijn het er zevenhonderd, waarvan 16% meisjes: dat zijn vaak de uitblinkers. Ik hoop dat de gedachte dat het Noordkasteel verder blijft bestaan, ook helpt om mensen te overtuigen voor de Zeevaartschool te kiezen.”

Het is een unieke school in heel Europa, en niet alleen omwille van de bootvormige architectuur van het gebouw. “Je kan hier niet alleen je bachelor en master, maar ook je doctoraat halen. En wie al een master heeft in een andere materie, kan hier de beroepsopleiding varen volgen. Na twee jaar kan je, als je het goed doet, dan ook aan het roer van een schip gaan staan.”

Het Noordkasteel werd in een ver verleden ook gebruikt om de leerlingen een eerste zeilervaring te laten opdoen. “Nu gebeurt dat niet meer, al zijn een aantal studenten wel lid van een zeilclub die hier actief is. We gebruiken het meertje van het Noordkasteel wel voor overlevingsoefeningen tijdens de opleiding: dan worden leerlingen in een droogpak in het water gedropt en moeten ze aan boord van een reddingsvlot dat op het meer ligt weten te klimmen.”

Fluitende vogels

Voor kapitein Blondé is het Noordkasteel ook een plek vol (jeugd)sentiment. “Ik heb nog geweten dat hier de gaarkeuken van de havenarbeiders lag. En in mijn jonge jaren kwam ik hier zwemmen. Daar waag ik mij vandaag niet meer aan, nee. Maar ik kan er nog altijd van genieten als ik hier 's morgens vroeg arriveer, de vogeltjes hoor fluiten en de zon zie opkomen boven de skyline van de stad terwijl onze studenten langs het jaagpad aan komen rijden, op hun fietsen of rollerblades.”

Gaan picknicken, chillen, wandelen en soms ook studeren aan de oevers van het Noordkasteel, dat doen de zeevaartstudenten vandaag nog steeds. Maar veel tijd om daarover te vertellen hebben ze niet. “We zijn blij dat het gered is, maar we moeten nu naar onze examens”, klinkt het terwijl ze hun marinekostuum strak in de plooi trekken.

Beste blokplek

Matthijs Roland Holst (28) zit in z'n blote bast wat verderop te blokken op een houten steiger: hij heeft gelukkig nog wel tijd. “Ik heb vandaag geen examens op de planning staan”, zegt hij. “Ik studeer vastgoed: kan ik later mooie huizen gaan verkopen, als ik het een beetje goed aanpak tenminste. Ik ben me hier aan het verdiepen in de ruimtelijke ordening van het Vlaamse en Brusselse Gewest. Best ingewikkelde materie”, vindt hij.

Studeren lukt Matthijs veel beter aan het Noordkasteel dan op zijn appartementje in de stad. “Hier heb ik minder afleiding: geen computer waar ik een serie op kan kijken, poezen die willen spelen… Wifi heb ik hier wel op mijn telefoon, maar ik zit er niet de hele tijd op te surfen.”

Tot drie uur in de namiddag is hij hier de koning te rijk. “Dan is er zo goed als niemand. Daarna komen er andere jongeren, maar ook oudere mensen hier hun wandelingetje doen. Soms zie ik een kokmeeuw een visje uit het water plukken: dat is het enige dat me kan afleiden. Als het goed weer is, komen mijn vrienden en ik hier 's avonds of in het weekend wat chillen, zonnen en barbecueën. Het is heerlijk om hier verkoeling te zoeken onder de bomen. Alleen zonde van de blauwalgen, waardoor het gevaarlijk is om te zwemmen bij hoge temperaturen. Daar zijn blijkbaar al wat mensen aan gestorven. Maar niet hier, hoor”, verzekert hij ons.

Dat het Noordkasteel niet grotendeels moet wijken voor de Oosterweelverbinding, daar is Matthijs blij om. “Wat fijn dat het Noordkasteel niet voor de bijl gaat. Niet dat ik hier hoop nog jaren te komen blokken, als het een beetje goed gaat, is dit m'n laatste jaar. Ik ontdekte deze mooie plek dankzij vrienden. Eerst hingen we als het mooi weer was rond aan het Galgenweel, maar sinds ze daar zijn beginnen werken op ons plekje, zijn we naar hier afgezakt. Het is lekker dicht bij de stad en toch heb je het gevoel dat je helemaal afgelegen in de natuur zit.”

Zonnekloppers

Wandelaar Tomasz denkt terwijl hij langs het Noordkasteel loopt aan de duizenden meren in zijn thuisland Polen. “Ik kom hier soms wandelen op een vrije dag. Ik woon in de stad, maar soms mis ik de natuur. Ik kom hier graag in de zon liggen als het mooi weer is: zo kan ik een beetje aan mijn kleurtje werken”, zegt hij terwijl hij zijn bruingebrande biceps toont.

“Zoveel meren als in Polen hebben jullie niet, maar dit is voor mij een mooie plek waar ik me thuis voel. Heel goed dat dit blijft bestaan.”

Doortje (24) en Gilian (21) zijn ook kind aan huis bij het Noordkasteel. “We komen nog even een plonsje doen, voor we straks naar het festival Graspop vertrekken. Zo'n twee jaar geleden ontdekten we deze plek dankzij vrienden. We hebben elkaar hier trouwens leren kennen. Een koppel? Nee, dat zijn we niet”, ontkennen ze snel. “Gewoon vrienden. Van examens hebben we gelukkig geen last meer, we zijn afgestudeerd. Naar het Noordkasteel komen is altijd een beetje vakantie voor ons.”

Richard Van der Heyde (40), die voorbij het Noordkasteel trapt in zijn lycra coureurskostuumpje, heeft echt een dagje vakantie vandaag. “Ik kom uit Vlissingen en ik dacht: ik ga wat fietsen. Helemaal naar Antwerpen, ja. Ik ben aan het trainen voor een fietsvakantie in de Zwitserse bergen. Heuvels heb je hier niet, maar wat een mooi meertje, zeg. Ik reed net nog door de grijze haven, dan voelt het echt als een verademing om hier in het groene Antwerpen terecht te komen. Goed dat jullie het groen hier in ere willen houden. Grijze asfalt is er al genoeg.”

Red de frituur

Grijze haren krijgen ze van al die werken die dan wel of toch niet doorgaan, en van die infrastructuurplannen die maar blijven veranderen. Marc Jondral (54) en Martine Van den Broeck (54) van Frituur Royerssluis aan de ingang van het Noordkasteel hebben in de tien jaar dat ze hier de frietjes goudgeel bakken al wel wat plannen zien passeren. Van het nieuws dat het Noordkasteel grotendeels gered zou zijn worden ze niet warm.

“Voor ons gaat dat helaas niet veel veranderen: de stad wil onze vergunning niet meer voor drie jaar verlegen, zoals dat normaal het geval was. We leven van maand tot maand, in onzekerheid. Als de werken aan de Royerssluis hier eind 2018 zouden beginnen, dan moeten we hier weg. Onze klanten moeten zich voorlopig geen zorgen maken: we blijven momenteel gewoon doorbakken, dat is nu eenmaal ons leven en onze broodwinning.”

Hun frituur aan het Noordkasteel is een beetje een monument. “Hier worden al frieten gebakken sinds de jaren zestig. We zijn op zoek naar een andere plek in de buurt, maar evident is dat niet. Liefst zouden we misschien nog naar de overkant van de straat verhuizen: daar is de blok die er stond afgebroken, omdat daar zogezegd de pilaar van de brug voor de Lange Wapper ging komen. Nu zeggen ze dat daar een groene zone gaat komen. Ach, zeker is er weinig in onze toekomst.”

De klanten vragen hen voortdurend wat er allemaal gaat veranderen, met al die werken en plannen. “Maar wij weten daar ook het fijne niet van. Iedereen heeft het erover, van de arbeiders die in de haven werken tot de zonnekloppers van het Noordkasteel en de studenten van de Zeevaartschool. Er gebeuren hier ook wel positieve dingen, hoor. Zoals die jongen die een zomerbar begon in het Noordkasteel, Café Le Tour. We zeggen elke zomer wel eens tegen elkaar: daar zouden we eens naartoe moeten wandelen om er eentje te drinken. Maar eens ons werk gedaan is, en de opkuis ook, zijn we vaak zo moe dat we recht naar huis trekken. Het Noordkasteel, da's onze tweede thuis. Wat zeg ik: wij zitten hier vaker dan thuis. Maar onze redding is nog niet in zicht.”

GVA - 17-06-2017 p.32

Tags: