Hittegolven worden het nieuwe normaal

kade rechteroever

 

Jazeker, in 1976 kreunden we óók onder de hitte, maar sceptici die daarmee beweren dat de hete zomer die ons land vorig jaar trof helemaal niet zo uitzonderlijk was, hebben het mis. Een Zwitsers onderzoeksteam onder leiding van klimaatexperte Sonia Senevirate levert afdoende bewijs én een stevige waarschuwing: 'We moeten onmiddellijk ingrijpen.'

 

Natuurlijk had de hete zomer van 2018 zijn charmes. De geur van barbecue, de volle terrassen, de nachtelijke zwempartijen, de euforische rapporten van de kusthoreca. Maar de hitte hield uitzonderlijk lang aan, van begin mei tot eind juli. Niet alleen West-Europa, maar het volledige noordelijke halfrond kreunde onder de recordtemperaturen.

In eigen land bleven de gevolgen beperkt. Waterverbruik werd hier en daar beperkt, in heidegebieden gold een permanent brandalarm, boeren zagen kwetsbare gewassen verpieteren. Veel erger was het in Japan, waar minstens 80 hittedoden vielen. Ook in Portugal en Spanje, waar het kwik tot ver boven de 40 graden steeg, bezweken tientallen slachtoffers door de hitte. Een gigantische bosbrand eiste in Griekenland 90 mensenlevens. Nog zwaarder was de tol in Californië, waar het vuur tot diep in het najaar woedde en hele valleien onbewoonbaar achterliet.

Opvallend waren de hevige bosbranden in de Arctische gebieden van Scandinavië, waar meteen alle regionale temperatuurrecords sneuvelden. Ook Afrika en Azië ontsnapten niet. Van de Sahel tot Pakistan, overal zagen boeren oogsten mislukken en veestapels bezwijken door gebrek aan water en voedsel. De economische kosten zijn niet te becijferen. Zo viel op heel wat Europese rivieren de binnenvaart stil door het te lage waterpeil en moesten verschillende kerncentrales worden afgeschakeld.

 

Is dit nog normaal, vroeg de ijsjes likkende burger zich vertwijfeld af. Of is het een tastbaar gevolg van de klimaatopwarming?

Die vraag werd intussen afdoende beantwoord door onderzoekers van het gerenommeerde Swiss Federal Institute of Technology (ETH), dat 32 Nobelprijswinnaars onder zijn proffen en alumni telt. Antropogene of door de mens veroorzaakte klimaatverandering is de enige verklaring voor de hittegolven die de noordelijke hemisfeer in 2018 teisterden, zo luidt de conclusie van het ETH-rapport dat vorige week in Wenen werd voorgesteld. Op basis van complexe computersimulaties voorspellen de onderzoekers dat zomers met meervoudige hittegolven het nieuwe normaal worden. De betrokken onderzoeksgroep, het Centre for Climate System Modeling, geniet een stevige reputatie. Diensthoofd Sonia Seneviratne was de hoofdauteur van het recente IPCC-rapport over de impact van een globale gemiddelde temperatuursstijging van 1,5 graden Celsius, het worstcasescenario in het Klimaatakkoord van Parijs.

Dat sommige maatregelen hard zullen aankomen, is geen excuus om ze op de lange baan te schuiven.' Sonia Seneviratne

Het EHT-rapport baart wereldwijd opzien. Is het de allereerste keer dat wetenschappers een weerfenomeen toeschrijven aan de door de mens veroorzaakte klimaatverandering?

Sonia Seneviratne: Er waren al kleinere fenomenen die met grote waarschijnlijkheid aan antropogene klimaatverandering vallen te linken. Bijzonder aan de hete zomer van 2018 is de geografische omvang van het weerfenomeen. We spreken in feite niet van één hittegolf, maar van een hele reeks samenvallende hittegolven die over een groot deel van het noordelijk halfrond zijn gerold. In de periode van mei tot en met juli werd iedere dag gemiddeld 22 procent van de noordelijke hemisfeer getroffen. Bijna een kwart dus van de landmassa, die ofwel dicht bevolkt is ofwel door de landbouw intensief wordt gebruikt. De gevolgen zijn evengoed ongezien, van bosbranden over hittedoden tot mislukte oogsten.

De wetenschappelijke wereld is er al lang van overtuigd dat man-made klimaatverandering de frequentie en intensiteit van hittegolven aanzienlijk vergroot. Helaas zijn er nog maar weinig comparatieve studies over fenomenen zoals de zomer van 2018, met samenvallende hittegolven op verschillende continenten.

Sceptici buiten de wetenschappelijke gemeenschap vinden de alarmberichten overdreven. Zomerse hittegolven zijn een periodiek verschijnsel, zeggen ze, in 1976 waren de droogte en de hitte trouwens veel erger. Slaan ze de bal mis?

Seneviratne: Absoluut. Je kunt het uitzonderlijke karakter van 2018 niet met statistieken weerleggen. Uiteraard zijn er altijd al hittegolven geweest, maar die hadden ruimtelijk een veel beperktere impact. Ik kan het cijfer niet genoeg benadrukken: 22 procent van de bevolkte en bebouwde oppervlakte van de noordelijke hemisfeer. Dat is echt wel immens.

Volgens jullie rapport worden langdurige, meervoudige hittegolven het nieuwe normaal. Hoe komen jullie tot die voorspelling?

Seneviratne: We zijn niet gestopt bij een analyse van de hittegolven van 2018. Op basis van alle beschikbare data hebben we een reeks computersimulaties gedaan, met broeikasgas als voornaamste variabele. Het resultaat was opzienbarend. Als de gemiddelde temperatuur 1 graad stijgt boven het pre-industriële niveau, is de kans op een extreme zomer zoals die van vorig jaar 10 procent. Als de opwarming anderhalve graad bedraagt, krijgen we er tijdens een op de twee zomers mee af te rekenen. En bij een stijging van 2 graden wordt dat zo goed als jaarlijks.

Is jullie rapport koren op de molen van de klimaatbetogers die vinden dat er onmiddellijk drastische maatregelen moeten worden genomen?

Seneviratne: Ja, alleen door snel en doortastend te handelen kunnen we vermijden dat we permanent in extreme klimaatomstandigheden terechtkomen. De ruimtelijke impact, met ongezien zware gevolgen op een kwart van het noordelijk halfrond, geeft de problematiek een nieuwe dimensie. Tot dusver zag je hoe landen elkaar hielpen, bijvoorbeeld bij het blussen van bosbranden. Maar als veel landen tegelijkertijd met de gevolgen van extreme klimaatomstandigheden kampen, hebben ze straks geen middelen meer om elkaar bij te staan.

Intussen bevestigde een Canadese studie dat de Arctische gebieden nog sneller opwarmen dan werd gedacht. Poolijs smelt af in een ongezien tempo, in British Columbia is de gemiddelde temperatuur met 2,3 graden gestegen. Is er een verband met jullie bevindingen over hittegolven?

Seneviratne: Ja, de Arctische opwarming spoort met vaststellingen en projecties van onze klimaatmodellen. Het toont nog maar eens het fundamentele veranderingsproces waaraan ons klimaatsysteem momenteel onderhevig is. We hebben de klimaatcondities van pakweg medio vorige eeuw definitief achter ons gelaten.

Acht u het streefdoel van Parijs, een maximale stijging van 1,5 graden Celsius, nog haalbaar?

Seneviratne: Het IPCC-rapport over de Parijsdoelstelling is zonneklaar: de wetten van de fysica veroordelen ons tot een stijging boven de 1,5 graden. Alleen als we tegen 2030 alle CO2-emissies halveren en ze tegen 2040-2050 helemaal tot nul terugbrengen, kunnen we dat scenario nog vermijden. Daarvoor is veel politieke wil nodig, evenals burgerzin bij de bevolking. Het ziet er op dit moment niet goed uit. De CO2-uitstoot blijft wereldwijd toenemen. De engagementen van Parijs volstaan niet om een stijging van anderhalve graad te vermijden. Zelfs twee graden is dan niet meer haalbaar. Onder het Klimaatakkoord stevenen we af op een stijging van 3 graden. Dat vind ik zeer verontrustend.

Gelooft u dat we de trend nog kunnen keren? Of kunnen we ons maar beter neerleggen bij een forse klimaatopwarming en leren omgaan met de gevolgen?

Seneviratne: Daar geloof ik niet in, daarvoor zijn de gevolgen te zwaar. We moeten echt inzetten op de reductie van de CO2-uitstoot. Het is nog niet te laat, als we onmiddellijk ingrijpen kunnen we de opwarming onder de 1,5 graden houden. Sommige noodzakelijke maatregelen zijn niet eens zo moeilijk. Maximaal ontwikkelen van hernieuwbare energieproductie, het versneld uitfaseren van fossiele brandstoffen. Dat is allemaal perfect haalbaar.

In België was er onlangs discussie over de invoering van rekeningrijden, een maatregel die zowel de files als de CO2-uitstoot moet terugdringen. Politici die het idee jarenlang hebben verdedigd krabbelden in het zicht van de verkiezingen terug. Er is geen draagvlak, klonk de uitleg. Bent u soms gefrustreerd door het gebrek aan politieke wil?

Seneviratne: Het is een complex debat. De transitie naar een koolstofarme toekomst kan alleen slagen als ze zowel door de beleidsverantwoordelijken als door de bevolking wordt gedragen. Wetenschappers spelen daarin een grote rol, het is onze taak om de enorme inzet van die transitie helder te duiden. Ik put hoop uit de groeiende bewustwording in verschillende landen. Vooral de mobilisatie van jongeren vind ik geweldig.

We moeten ook de realiteit onder ogen zien en toegeven dat sommige maatregelen bij bepaalde bevolkingsgroepen hard zullen aankomen. Maar dat is geen excuus om beslissingen op de lange baan te schuiven. Een goed voorbeeld is een kerosinetaks in de luchtvaart. Het is onbegrijpelijk dat die nog niet bestaat, zeker als je rekening houdt met de immense CO2-uitstoot die de luchtvaart veroorzaakt.

Sonia Seneviratne

- 1974 geboren in Lausanne, Zwitserland

- studeert biologie (Laussane) en Environmental Physics (ETH Zurich en MIT Boston)

- researcher bij NASA en National Center for Competence Research in Climate (Zwitserland) - 2013 associate professor ETH Zurich, full professor sinds 2016

- specialist klimaatextremen, landklimaatprocessen en klimaatverandering

- auteur van verschillende rapporten voor het IPCC - 2018 hoofdredacteur IPCC-rapport over de 1,5 graden-doelstelling van het Klimaatakkoord van Parijs

 

Knack, 2019-04-17, pag. 78-80

https://www.knack.be/nieuws/magazine/hittegolven-worden-het-nieuwe-norma...

Tags: