Eindelijk, de bocht naar de burger

kade rechteroever

‘Is dit het begin van het einde van het BAM-tijdperk? Het ziet ernaar uit.’ belga  

 

 

Van confrontatie naar coöperatie in het Oosterweel-dossier 

 

Het is bijzonder hoopgevend dat de overheden in het Oosterweeldossier hun 'gezegd is gezegd'-mentaliteit voor een stuk hebben kunnen loslaten, schrijft Luc Huyse. In de moeizame zoektocht naar nieuwe vormen van democratie is een belangrijke horde genomen.

Wie? Emeritus hoogleraar sociologie. Auteur van onder meer ‘De democratie voorbij’ (Van Halewyck, 2014).

Wat? Je kunt ook omgaan met protest zonder gezichtsverlies te lijden en zonder een informatief cordon sanitaire rond actie­groepen te leggen.
 

De Vlaamse overheid, de stad Antwerpen, Ringland en de actiegroepen Straten-generaal en Ademloos gaan samenwerken om het zuidelijke deel van de Antwerpse ring herin te richten en volledig te overkappen (DS 3 juni). Een prettige verrassing is altijd welkom, zeker in een tijd waarin alles muurvast lijkt te zitten. Aan die wat onverwachte stap is wel een lange en intense periode van contacten en onderhandelingen voorafgegaan. Er zitten ook concrete afspraken aan vast die tot vrij ver in de toekomst reiken. Dat laat toe om nu al te spreken van een ware doorbraak.

 

Is dit het begin van het einde van het BAM-tijdperk? Het ziet ernaar uit. Tot begin deze week was het Oosterweeldossier in handen van de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel, het Agentschap Wegen en Verkeer, de Vlaamse regering en het Antwerps schepencollege. Dat is nu doorbroken. Formeel zijn intendant Alexander D’Hooghe, Ringland, Straten-generaal en Ademloos alvast in een deel van de besluitvorming getrokken. Daarnaast is al even formeel erkend dat de sluiting van de Antwerpse ring veel meer is dan een mobiliteitskwestie. Leefbaarheid, stadsontwikkeling en gezondheid vervolledigen nu de uitdaging. In die zin is de aanpak niet langer eendimensionaal.

Lessen trekken uit de saga

Zoals dat wel vaker het geval is met een Antwerps dossier, overstijgt deze beslissing het lokaal belang. Dit is een zeer belangrijk precedent. Er zijn aspecten die uitzicht geven, eindelijk, op het doorbreken van de impasse waarin de zoektocht naar democratievernieuwing terecht was gekomen.

1. De patstelling is deels veroorzaakt door de wel heel strikte definitie van ‘het primaat van de politiek’, naar het schijnt de goudstandaard in ons land. De slogan ‘beslist beleid’ is de vlag waaronder gevaren wordt. Beslist is beslist, afdingen op de macht die de kiezer heeft geleverd kan niet. Want ‘gezegd is gezegd, verkozen is verkozen’. Het akkoord met de Antwerpse burgergroepen toont aan dat er een rem op die rush naar flinkigheid is ingezet.

Het is de vrucht van een leerproces: dat in de omgang met protest en verzet win-winsituaties niet onmogelijk zijn en gezichtsverlies niet onvermijdelijk is. Het is een besef dat vooral in de N-VA, nieuwkomer in het beleid, en in heel Vlaanderen gevolgen kan hebben. In The New York Times van 1 mei 2015 zocht Paul Krugman, Nobelprijswinnaar economie, naar wat vandaag de meest cruciale eigenschap is van de betere politicus. Het is de man of de vrouw, schrijft hij, die bereid is om vergissingen in te zien en van koers te veranderen. ‘And that’s a virtue in very short supply’, vult hij aan. Misschien is bij ons het aanbod nu wat toegenomen.

2. Er circuleren twee visies op hoe een democratie er moet uitzien. Er is het klassieke, representatieve model en er zijn de ontwikkelingen die burgerdemocratie als roepnaam hebben. De sleutelvraag is hoe oud en nieuw elkaar kunnen vinden en versterken. De hoogste drempel is vandaag het wederzijdse wantrouwen tussen de politieke klasse en haar op verregaande inspraak beluste uitdagers. Dat heeft van in het begin ook de Oosterweel-casus getekend. Er zit nu een deuk in dat wantrouwen. Als het vertrouwen tijdens de komende palavers intact blijft, is veel mogelijk. Dat opent de mogelijkheid dat ook elders in het politieke landschap een open en volwassen overlegcultuur ontstaat.

3. De afkoeling in Antwerpen is in hoge mate te danken aan het masseerwerk van de intendant. Daarmee heeft hij tevens aangetoond hoe lokaal en, wie weet, hogerop representatieve en burgerdemocratie in elkaar kunnen schuiven. Er is in ons land al langer nood aan wat een gloednieuw type van politieke functie kan zijn. Noem het coaches, bemiddelaars, intendanten of desnoods vredesonderhandelaars, die los van partijpolitieke, electorale of corporatistische motieven het pad kunnen effenen.

 

 

4. De creativiteit van een intendant en besparen op flinkigheid zijn niet voldoende om beleidsmensen tot een koerscorrectie te bewegen. Overheden, politieke en ambtelijke, gingen er lang van uit dat actiegroepen en comités in de sector van de grote infrastructuurwerken op de eigen achtertuin gericht zijn en alleen maar amateuristisch verzet plegen. Ze dachten dat hun ooit verworven kennisvoorsprong voor de eeuwigheid bestemd was. Maar die joker is uit het spel verdwenen. Ringland, Straten-generaal en Ademloos hebben daarvan het bewijs geleverd. Zelfs de pogingen van politici, kabinetsleden en ambtenaren om via manipulatie sleuteldocumenten onzichtbaar te maken, zijn uiteindelijk mislukt. Die ontwikkeling is de zwakke plek in het informatieve cordon sanitaire dat de overheid had aangelegd. Het besef daarvan zal ook in andere kwesties gevolgen hebben.

5. Ringland, Straten-generaal en Ademloos hebben de confrontatie geruild voor coöperatie, zij het alleen voor de zuidelijke ring. (Wellicht zullen zij ook elders in Vlaanderen navolging vinden.) Van elk van hen waren en zijn er negatieve beelden in omloop. Hun acties zouden destructief zijn (het beroep op de Raad van State) en er is te weinig aandacht voor het algemeen belang (wat gaat de overkapping de niet-Antwerpenaars wel kosten). De recente ontwikkelingen corrigeren die foto.

Tegelijkertijd zal dat argwaan wekken bij de eigen aanhang. Er komen ongetwijfeld vragen over de geloofwaardigheid. Overname van de bestuurslogica is een risico. Het kan het moreel engagement verzwakken. Daarom is het goed dat meteen gezegd is dat voor de invulling van de noordelijke ring het confrontatiemodel gebleven is. Zelfs de komst van een nieuwe volksraadpleging is niet uitgesloten.

Van voorspelling naar realiteit

Deze krant heeft het op 22 december 2005, in het jaaroverzicht architectuur, al aangekondigd: ‘Als de burger zich goed organiseert, krijgt hij zelfs gehaaide bouwpromotoren op de knieën. Hij heeft daar geen rechters of politici voor nodig. Wel kennis van zaken over de ingewikkelde procedures voor ruimtelijke ordening, deugdelijke architecturale en stedenbouwkundige inzichten, en de media.’

Soms kan voorspellen best trefzeker zijn.

 

Luc Huyse
De Standaard 04-06-2016
http://www.standaard.be/cnt/dmf20160603_02322537

Tags: