Maakt minister Schauvliege er zich niet te gemakkelijk van af voor de ruimtelijke ordening?

kade rechteroever

 

Met haar leidraden voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen neemt minister van Omgeving Joke Schauvliege ogenschijnlijk moedige standpunten in. Wij plaatsen echter vraagtekens bij haar intenties. Dat doen we eensgezind, ondanks haar recente bewering dat de academici het toch nooit met elkaar eens zijn over de Vlaamse ruimtelijke ordening.
 

Door alle professoren ruimtelijke planning van vier Vlaamse universiteiten: Luuk Boelens (UGent), Beitske Boonstra (UGent), Kobe Boussauw (VUB), Tom Coppens (UAntwerpen), Geert De Blust (UAntwerpen), Pascal de Decker (KU Leuven), Dirk Lauwers (UAntwerpen/UGent), Hans Leinfelder (KU Leuven), Michael Ryckewaert (VUB), Jan Schreurs (KU Leuven) en Maarten Van Acker (UAntwerpen)
 

Minister Joke Schauvliege pakte in De Morgen (22 mei) uit met haar hertekening van de Vlaamse ruimtelijke ordening op basis van vijf mantra’s: betonstop, weg met de villa, verplicht groen, bouwgronden ruilen en minder ‘pseudoboeren’.

Sommige van deze (bewust?) gelekte voorstellen zijn geïnspireerd op ideeën die ooit vanuit onze hoek werden gelanceerd. We kunnen er dus niet tegen zijn. Maar zijn die adviezen wel adequaat verwerkt?

 

Betonstop


 
Een betonstop? In principe ja. Helaas komt die er pas in 2050. Veel te laat, want de vandaag al ‘verrommelde’ ruimte zal dan volledig wegverkaveld zijn.
 
Weg met de villa? Ja, op slecht gelegen plekken. In stedelijk gebied en nabij openbaar vervoer kunnen villa’s dan plaatsmaken voor verdichting.


 

Verplicht groen? Ja, al vrezen we dat dat een ratjetoe van allerhande private groenperkjes oplevert, zonder ecologische of landschappelijke meerwaarde.
 
Bouwgronden ruilen? Jazeker. Om te verdichten op knooppunten van het openbaar vervoer en om de lintbebouwing een halt toe te roepen.
 
Minder ‘pseudoboeren’? Graag. Al legt het voorstel in zijn huidige vorm een bom onder het idee van ecologisch en natuurvriendelijk (hobby)boeren.
 
Toegegeven: we hebben een en ander uit de krant moeten vernemen. Het lijstje van de minister is een erg selectieve keuze uit een waaier van academische voorstellen die in een breder verband en een meer gedegen context zijn voorgesteld.

 


Vlaamse wanorde


 
We vragen ons dan ook af of de minister er zich niet te gemakkelijk vanaf maakt. De Vlaamse ruimtelijke wanorde zit verankerd in het gewestplan, dat sinds de jaren 70 bijna alle percelen in Vlaanderen een bestemming oplegt. Ook de codex over de ruimtelijke ordening bevat tal van uitzonderingsregels die de ‘verlinting’ in de hand werken. Bij de recente decentralisatie worden ook te veel beslissingen aan de gemeenten overgelaten.


 

Cruciaal zijn een meer aan de actualiteit aangepaste regelgeving en nieuwe ondersteunende maatregelen. Steeds meer vragende partijen (burgers en bedrijven) zijn daarvoor te vinden, ook met het oog op de uit de pan vliegende maatschappelijke kosten van onder meer zorg, milieu en verkeer. Het is absurd dat sommige bouwlustigen nog steeds menen een bouwrecht te ontlenen aan een plan van bijna een mensenleven oud. Als we echt een bouwstop ambiëren, moeten we af van dit plan en moeten eventuele bouwmogelijkheden systematisch geherevalueerd worden.
 
Tegelijk dient een alternatieve koers uitgezet te worden in functie van efficiënt ruimtegebruik, op openbaar vervoer gerichte ontwikkeling, kernversterking en het openhouden van de open ruimte. Dat impliceert eveneens dat een aantal bevoegdheden terug naar het gewestelijke bestuursniveau moeten.
 
Wordt dat een makkelijke klus? Zeker niet, maar het is wel een noodzakelijke stap om de beleidsvoornemens van Schauvliege waar te maken.

 


Alternatieven


 
Wij zijn dus de laatsten om tegen te spreken dat een krachtige koerswending nodig is in de Vlaamse ruimtelijke ordening. Het beleid is achterhaald en biedt geen oplossing voor prangende maatschappelijke problemen. Maar het moet breder en actueler worden gekaderd.
 
Voorts valt ons op dat in de vroegtijdig ontvallen ideetjes van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen niets gezegd wordt over het overmatig autogebruik en het daarmee samenhangend file- en gezondheidsprobleem van de Vlaamse ruimte. Ook daar moet een doordachte ruimtelijke planning een cruciale rol spelen.



We vinden in de uitgelekte teksten ook niets terug over de noodzakelijke energietransitie, de klimaatadaptatie, het behoud van regionale voedselproductie en onze algemene (economische) welvaart of het teveel aan bedrijfsterreinen.
 
Even onderbelicht blijft de ondersteuning van geëngageerde burgers, die bij gebrek aan een goed overheidsbeleid maar zelf de handen uit de mouwen steken voor onder meer zorg, lokaal welzijn, gedeeld transport en het beheer van natuurgebieden en bossen.
 
Over al deze aspecten hebben de universiteiten nochtans uitvoerig onderzoek gedaan. Jammer genoeg vinden we daarvan weinig terug in de uitgelekte werkteksten. Het kabinet en de administratie blijven navelstaren. Wij komen derhalve zelf binnenkort met onze voorstellen voor een Beleidsplan Ruimte Vlaanderen.


De Tijd 25-05-2016
http://www.tijd.be/opinie/algemeen/Maakt_minister_Schauvliege_er_zich_niet_te_gemakkelijk_van_af_voor_de_ruimtelijke_ordening.9769807-7765.art

Tags: