Over burgerschap en democratie

kade rechteroever

Tussen macht en massa raakt het middenveld in verval. De burgers wacht een grote opdracht. Tweeluik over nieuw burgerschap en democratie, deel 2

Luc Huyse

 

De democratie is ziek van Individualisering

Luc Huyse is socioloog en emeritus hoogleraar van de Katholieke Universiteit Leuven
 

De meeste burgerinitiatieven willen uitgroeien tot een blijvende factor in de politiek. Hoe moet dat?
Duurzaamheid hangt niet zozeer af van een levenskrachtige organisatie of van een infrastructuur die jaren kan meegaan. Het komt er meer op aan om systematisch lessen te trekken uit de nu veelal verspreide en vluchtige initiatieven. Cumulatief werken dus. Elke actie is een unieke leerschool.

Zo zou het voor G1000 goed zijn als nu al een cel 'leren uit 11 november 2011' aan het werk kon gaan. Het rapport van de buitenlandse waarnemers die tijdens de burgertop van 11 november 2012 aanwezig waren, kan als instap dienen. Ook uit de winst- en verliesrekening van het parcours dat aan die dag voorafging valt veel te leren. Wat is een voltreffer geweest? Wat is er vanaf het prille begin verkeerd gelopen in de doelstelling, de budgettering, de informatie?

De stuurgroep van G1000 maakt deel uit van een internationaal netwerk van burgerfora. Daar zullen de lessons learned uit Brussel zeker welkom zijn.
 

Sommige initiatieven geraken snel buiten adem omdat ze energie verspillen. Dat gebeurt als een actie in verschillende richtingen tegelijk uitwaaiert. G1000 is tegen dit risico aangelopen.

Het kwam hier zaterdag al ter sprake. De burgertop had een te divers programma: aantonen dat de bevolking wél tot een compromis over de toekomst van ons land kan komen, denktank zijn op het stuk van sociale zekerheid en migratie, een alternatief bieden voor de particratie. Er gaat ook kracht verloren als het terrein waarop men wil scoren te uitgestrekt is.
Wie, bijvoorbeeld, heel België wil bestrijken drijft de kostprijs in manpower en geld omhoog. De communicatie dient tweetalig te zijn, de reisvergoeding van de deelnemers is duur, de locaties zijn nauwelijks betaalbaar. Dat is om die reden niet voor herhaling vatbaar. Stel u even voor dat in 2010 in Antwerpen een gelijkaardig burgerforum was opgezet over de Oosterweelverbinding. Het zou een uitermate boeiend laboratorium zijn geweest aan een tiende van de prijs.

Duurzaamheid hangt ook af van de reacties van wie in het vizier van de acties ligt: partijen, parlementen, regeringen, ambtenarij, topspelers uit het middenveld. Op dat vlak is G1000 uitstekend van start gegaan. De voorzitters van de zeven parlementen die ons land rijk is, kwamen naar de burgertop van 11 november 2011. Regeringsleden toonden hun belangstelling. Ook uit de klassieke belangenorganisaties kwamen enthousiaste geluiden. Guy Peeters, voorzitter van de Socialistische Mutualiteiten, liet in De Morgen (18 februari 2012) optekenen: "Ik heb het burgerforum ondersteund 'omdat het belangrijk was, ook al kun je de democratie niet vervangen door dat soort oefeningen'." Het valt overigens op dat hij en zijn collega's de diagnose die de burgerinitiatieven geregeld maken, onderschrijven en mea culpa slaan.

Over het falen van het traditionele middenveld zegt Peeters: "We dreigen allemaal een zangkantoor van castraten te worden", want niet langer in staat om wat leeft bij de leden op de politieke agenda te brengen. De reden: "Omdat we in de loop der jaren te veel een instituut geworden zijn, deels gedwongen door steeds ingewikkelder regels en administratie. We zijn te veel loket geworden." De uitspraken van Peeters beschrijven een zwaarwegend mankement van de hedendaagse democratie waarover ik het gisteren al had: het onvermogen om maatschappelijke noden om te zetten in trefzekere maatregelen. Ze leggen de schuld bij de organisaties die de alarmsignalen moeten opvangen en op de agenda zetten. En bij de overheid die bij de verdere verwerking ervan verloren loopt in haar eigen regels en regeltjes.

Die diagnose is op zich correct, maar wel onvolledig. Er is een verantwoordelijke die helemaal buiten schot blijft en dat is de burger. Die lacune in de analyses bevreemdt omdat die verantwoordelijkheid al geruime tijd zichtbaar en voelbaar is in de effecten van wat individualisering heet. (De term draagt in de context van dit artikel geen enkele morele of ethische veroordeling met zich mee. Hij dient gewoon ter beschrijving van een maatschappelijke ontwikkeling.) Dwingende en vertrouwde standaardscenario's voor het gedrag nemen af in kracht, daar gaat het om.

Parallel daaraan groeien de mogelijkheden voor het individu om een levensloop te ontwikkelen die nauwer aansluit bij zijn particuliere visies, wensen en verlangens. Dat is vooral te zien in de werelden van arbeid en gezin. Het aanbod aan soorten arbeid is spectaculair gegroeid. Er zijn de vele hybriede vormen die tussen werkloosheid en volledige tewerkstelling liggen: interimarbeid, seizoenarbeid, ingroei- en uitgroeibanen, jongerenstages, duobanen.

Ploegen- en nachtarbeid worden toegankelijk voor grotere aantallen werknemers, vrouwen incluis. Thuiswerk is in opmars. In een loopbaan zitten nu ook veel vaker spoorwisselingen. Ook de overgang van arbeid naar rust is onscherp geworden.

De leeftijd waarop mensen uit het economisch-actieve leven stappen, varieert veel meer dan vroeger. En prepensioen, brugpensioen en uitgroeibaan spreiden de oversteek over meerdere jaren. In dezelfde richting gaan bepaalde ontwikkelingen in de sfeer van het gezin. Ook hier is het aanbod van gedragsmodellen toegenomen. Ongehuwd samenwonen, LAT-relaties, ongehuwd moederschap, homofiele huwelijken zijn sociaal en zelfs juridisch gezien aanvaard. Individualisering betekent dus erosie van uniforme gedragspatronen.

In vele restaurants van het leven is de dagschotel vervangen door het eten à la carte. Elk individu is, met andere woorden, bijna zijn eigen planbureau geworden. Zo ging dat enkele decennia geleden nog niet. In de wereld van de politiek is individualisering een nachtmerrie. Mensen kunnen nu in tal van situaties - thuis, op het werk, op school, in de bank, voor hun ontspanning - tot zeer gepersonaliseerde keuzes komen. Gewenning daaraan brengt mee dat zij van de politiek maatregelen en voorzieningen eisen die op hun individuele maat gesneden zijn.

Maar overheidsdiensten kunnen niet anders dan werken met voor iedereen geldende regels. Hun plooibaarheid in de richting van klantvriendelijkheid, van een geïndividualiseerd aanbod van diensten is bijgevolg erg beperkt. Dat geldt ook voor de organisaties in het klassieke middenveld. Omdat individuen voortdurend persoonlijke keuzes kunnen maken, wijzigen zij de parameters waarop de mensen van de politiek zich noodgedwongen richten. Het gepruts met de nu lopende hervorming van het pensioenstelsel is daar een treffende demonstratie van. Individualisering vermindert bijgevolg de maakbaarheid van de samenleving.

Er is dus een vervelend virus in de software van het politiek bestel geslopen. Het is alsof twee werelden, die van het individu en die van de politiek, onder invloed van ontwikkelingen die sterker zijn dan zijzelf ongewild van elkaar wegdrijven. Dat is de storende keerzijde van de keuzevrijheid waaraan wij zo gehecht zijn. De democratie is er ziek van.

Burgerinitiatieven die naar medicatie zoeken moeten ook daar rekening mee houden.

LUC HUYSE
De Morgen – 27-02-2012 pag. 16
 

Tags: