België is een staat in de puberteit

kade rechteroever


De Belgische staat is geen falende staat, maar een puber op zoek naar zijn identiteit in een sterk veranderende wereld.
 


De Belgische staat is aan renovatie toe. De lekkende musea, de schrijnende toestand in de gevangenissen en de afbrokkelende tunnels in Brussel staan symbool voor de malaise. Ze treft alle overheidsniveaus. Het renovatiebudget voor de staat België is echter beperkt. De hoge economische groei komt wellicht niet snel terug en de belastingen kunnen misschien anders, maar niet hoger.
 
Eigenlijk is bijna iedereen het eens met die analyse. Daar horen grote woorden bij. België zou een gefaalde staat zijn, al stond het in 2015 nog altijd op de 163ste plaats in de Fragile States Index van 178 landen. België zou ook een uitgeputte staat zijn die geen knopen kan doorhakken, maar dan vergeten we dat in daadkrachtiger tijden ook heel slechte beslissingen werden genomen. De sloopvergunning voor het station Antwerpen- Centraal lag op het bureau van de minister. België zou zelfs een schurkenstaat zijn, hoewel bedrijven de corruptie in België eerder laag inschatten, leert de Eurobarometer van 2013.
 
Al die etiketten zijn ook wel een retorisch opbod. Toch zou ik er nog een label aan willen toevoegen: België is een staat in de puberteit.
 
In de kinderjaren was de wereld eenvoudig. De drie maatschappelijke breuklijnen - confessioneel, sociaal-economisch en communautair - leidden tot een voorspelbare belangenconfiguratie en daarmee ook tot voorspelbare routines van conflictoplossing. Intussen is de maatschappij veranderd. In plaats van drie stabiele breuklijnen zien we vandaag een divers en veranderlijk patroon van belangen en belangenvertegenwoordiging. Sommige mensen zijn voor meer sociale zekerheid en tegelijk voor een law & orderbeleid. Anderen zijn tegen migratie, maar ook tegen ontbossing.
 
Voor beleidsmakers is dat patroon moeilijker leesbaar. Het is dan ook moeilijker om gedragen beslissingen te nemen. Daarom zit de staat zo slecht in zijn vel en zet hij zich soms ook af tegen maatschappelijke veranderingen. Pubers kunnen best koppig zijn. Daarom hunkeren zoveel analisten en beleidsmakers ook naar de tijd toen er nog knopen konden worden doorgehakt.


 
Opvoeding


 
Tot hier de diagnose. Wat kunnen we doen? Hoe voeden we als maatschappij onze puber op? Ik zie drie actieterreinen.
 
Ten eerste zijn politiek en beleid te vaak ontkoppeld. Politiek gaat te veel over het politieke spel en te weinig over de fundamentele beleidskeuzes. Ex-postbaas Johnny Thijs en co hebben de beleidswerven nog eens opgeschreven: energiebeleid, competitiviteit van bedrijven, veiligheid en terrorisme, mobiliteit en milieu-impact, en vergrijzing en pensioenen. Heel wat politici zijn fan van ‘House of Cards’, maar ik hoop ze de tv-serie niet als hun realiteit gaan definiëren. Politici houden zich het best met de beleidswerven bezig. Daar hoort trouwens een cultuur van beleidsevaluatie bij. We leren bijvoorbeeld te weinig uit crisissen. En als er al evaluatierapporten zijn, zoals over het treinongeval in Wetteren, dan worden ze niet publiek gemaakt. Meer transparantie in studies en evaluaties is een noodzakelijke voorwaarde om gefundeerde van mening te verschillen over beleid. Niet om met de vinger te wijzen, maar om als systeem te leren uit wat misging.

 

Ten tweede moeten we de overheid vermaatschappelijken. De staat kan niet los gezien worden van de maatschappij. Steeds meer kennis om maatschappelijke vraagstukken aan te pakken zit verspreid in de maatschappij. De burgerbeweging Ringland slaagt er in Antwerpen in 2.600 mensen te mobiliseren voor een onderzoek naar de luchtkwaliteit door de universiteiten van Antwerpen en Brussel. Zo stelt ze de stad Antwerpen ook in staat de lage-emissiezone te evalueren, maar agendeert ze tegelijk het beleidsprobleem van luchtvervuiling en de overkapping van de ring. De staat en de maatschappij lopen in elkaar over. Actiegroepen zijn daarom een zegen voor de volwassen democratie. Ook al botst het soms, toch zijn het ook nieuwe interfaces tussen maatschappelijke belangen en overheidsbeleid.
 
Ten derde zou ook een moratorium op grote structuurhervormingen zuurstof geven. Een volwassen dialoog over beleid tussen overheid en maatschappelijke actoren is moeilijk als de bestaanszekerheid van organisaties permanent in het geding is. We zijn al decennia bezig met staatshervormingen, kerntakendebatten en administratieve hervormingen. Het lijkt wel het spelletje balletje-balletje van de straatoplichters. De blokken in het organogram van de staat worden telkens weer herschikt om de beleidsproblemen beter aan te pakken. Maar als de hervormingscarrousel stilvalt, is het beleidsprobleem weer aan de structuur ontglipt.


 
Loopgraven


 
In plaats van fragmentatie te bestrijden met nieuwe structuurhervormingen zouden we het best eerst beter leren samenwerken binnen en tussen bestuursniveaus. In plaats van structuren te hertekenen aan de tekentafel moeten we meer in de loopgraven van de implementatie. Breng overheden samen rond maatschappelijk belangrijke projecten: radicalisering, inclusieve kwaliteit in het onderwijs, mobiliteit rond de steden. Werk ook samen in de backoffice van publieke diensten en teken klantgerichte processen uit. Zorg dat data en IT-systemen compatibel en uitwisselbaar zijn.
 
Er kan zoveel gebeuren zonder dat het hele stelsel op de schop moet. België is geen gefaalde staat, geen schurkenstaat, zelfs geen uitgeputte staat. Het is vooral een staat die op zoek is naar zijn rol in een veranderde maatschappij.
 

Wouter Van Dooren is professor bestuurskunde aan de Universiteit Antwerpen.

De Tijd 21-05-2016
http://www.tijd.be/opinie/algemeen/Belgie_is_een_staat_in_de_puberteit.9768643-7765.art

 

Tags: