Democratie 2.0: de missing link

kade rechteroever

Wie overbrugt het wantrouwen tussen burger en politiek?

 

We moeten helemaal niet kiezen tussen een representatieve democratie of een deliberatieve democratie, zegt Luc Huyse. Het een hoeft het ander niet uit te sluiten, integendeel, beide kunnen elkaar juist versterken zodat politiek en burger constructief in dialoog kunnen gaan.

Wie? Emeritus hoogleraar sociologie. Auteur van onder meer ‘De democratie voorbij’ (Van Halewijck, 2014)

Wat? Er is nood aan een soort bemiddelaar die het wantrouwen tussen de mondige burger en de argwanende overheid wegmasseert.

‘Je voegt twee dingen samen die nog niet eerder zijn samengevoegd en de wereld is veranderd. De mensen hebben het op dat moment misschien niet in de gaten, maar dat doet er niet toe. De wereld is hoe dan ook veranderd.’

Julian Barnes, de Engelse auteur aan wie het citaat ontleend is, heeft het in zijn Hoogteverschillen niet over de democratie. Maar wat hij schrijft, is ook in de politiek mogelijk. Het zou trouwens goed zijn als het gebeurt. De representatieve democratie, met in het hart ervan de verkiezingen, is in ademnood. Haar daadkracht is fel verzwakt. Haar geloofwaardigheid wankelt.

Tegelijkertijd rukken vanuit de marge andere vormen van politieke besluitvorming op. We hebben er nog geen roepnaam voor. Soms heten ze ‘deliberatief’, zoals in de vlag waaronder de G1000 van David Van Reybrouck heeft gevaren. Elders is de term ‘burgerdemocratie’ te horen. Of ‘disruptief activisme’, zoals in Disruptive democracy, het nieuwe boek van Ivan Krastev – de Bulgaarse politicoloog bij wie ik graag mijn mosterd haal. Hij wijst naar wat Occupy Wall Street in de VS, Podemos in Spanje en Syriza in Griekenland aan schokgolven hebben verwekt.

Maar hoe je het ook bekijkt, van twee zaken mogen we zeker zijn. De representatieve democratie zal zich niet op eigen kracht heruitvinden. En het burgerprotest gaat niet meer weg. De cruciale vraag is dan of en hoe oud en nieuw elkaar kunnen vinden en versterken, of en hoe twee visies op democratie samen te voegen zijn – zodat 1 plus 1 meer is dan 2. Want, geloof me, de toekomst van de democratie is geen verhaal van of/of, zoals Stefan Rummens zegt (DS 21 september) , maar van en/en.

Gegeven is gegeven

Zijn er aanwijzingen dat daaraan gewerkt wordt? In de politieke klasse staan, althans op het eerste gezicht, enkele lichten op groen. Vandaag vindt in de Senaat een symposium plaats over alternatieven voor het representatief model. Mooi zo. Bovendien beloven het Vlaamse en het federale regeerakkoord de komst van een maatschappij waarin de participatie van allen zal bloeien en waarin zelfredzaamheid zal worden beloond.

Maar wie de beloftes van dichterbij bekijkt, ziet de lichten snel op rood springen. Die dure woorden zijn uitsluitend bedoeld voor toepassing in de zorg. Daar is het geld op en kwetsbare mensen zullen vaker op zichzelf aangewezen zijn. Met de politieke rol van de burger hebben de toezeggingen niets te maken. Het zeer zelfwerkzame Ringland heeft het ondervonden. Overigens, beide regeringen hebben de deur voor het participatiemodel snel op slot gedaan en de sleutel weggegooid. Ze deden dat door te zwaaien met ‘het primaat van de politiek’, waarbij de ambtenarij dient uit te voeren wat de politici hebben beslist. Een stelling die al geruime tijd in de mottenballen zat. De kiezers hebben, zegden zij, op 25 mei 2014 hun stem voor vijf jaar weggegeven. En gegeven is gegeven. Tussentijds tegenspreken is er dan niet meer bij. Want regeerakkoorden zijn er om onveranderd uit voeren.

Vanwaar die hardnekkige neiging om de deur dicht te timmeren? Vele politici vertrouwen de actieve burgers niet. Want in het stemhokje zijn ze wispelturig. En continu overleg met hen zou, denken zij, de stuurkracht van de overheid nog verder verzwakken. Komt daarbij dat nogal wat actiegroepen een breed draagvlak in de bevolking combineren met juridische, mediatechnische en politiek-strategische deskundigheid. Daardoor slinkt de comfortabele kennisvoorsprong waarop politici zo graag hun gezag vestigen. Daarom zetten zij de hakken diep in het zand.

Van Ivan Krastev, hij weer, is het boek In distrust we trust: can democracy survive when we don’t trust our leaders? (TED books, 2013). Hij schrijft dat ook burgers in hun omgang met de overheid wantrouwen noodzakelijk achten. Dat is op tal van plekken te merken. Er is de toenemende drang om de politici op de vingers te kijken – surveillance als georganiseerde achterdocht. Er is de verhevigde roep om transparantie in het beleid. Toch gaat met het beroep op de Raad van State, bijvoorbeeld van bewonersgroepen, het wantrouwen het verst. Dat is pas disruptief activisme, zeker als een rechterlijke beslissing het werk van de overheid stillegt of nietig verklaart. De politici hebben het dan wel deels aan zichzelf te danken. Wie wantrouwen zaait, oogst diepgewortelde argwaan. Al zijn er ook actiegroepen waarvan de achterdocht verdacht veel lijkt op smetvrees, op de angst voor beschadiging van het eigen grote gelijk.

Verandering op til

Aan beide kanten regeert dus het wantrouwen. Die patstelling doorbreken is de missing link in de zoektocht naar een type van democratie dat in de wereld van morgen kan overleven. Het lijkt vandaag een onmogelijke opgave. Toch staan we niet met lege handen. Er zijn leerzame lessen te sprokkelen in een gebied dat vlak bij de politieke ruimte ligt. Ngo’s en multinationale bedrijven of projectontwikkelaars en omwonenden zijn zelden lief voor elkaar. Ook hier is wederzijds vertrouwen zeldzaam. Zeker als het gaat om fairtrade, kinderarbeid, mensenrechten, klimaatopwarming.

Maar er is verandering op til. Drie voorbeelden uit een aanwassende lijst.

Twee weken geleden berichtte deze krant over een ongewone coalitie tussen ruim 70 milieuorganisaties en grote bedrijven(DS 11 september) . Daaronder de Bond Beter Leefmilieu, Natuurpunt, WWF aan de ene kant, Ikea, Nike, Unilever en Siemens aan de andere. Samen voeren ze, met het oog op de komende conferentie in Parijs, een klimaatactie. Ook op het lokale vlak zijn er van die surprises. Begin juni 2013 vertelden de lokale edities van Het Laatste Nieuws en Het Nieuwsblad een merkwaardig verhaal. Kairos, een projectontwikkelaar, en een koepel van bewonersgroepen (De Ploeg) hebben in Antwerpen met succes onderhandeld over de inplanting van een kantoorcomplex en een woontoren. Kievit 2, zo heet het project, komt langs de spoorwegberm in de buurt van het Antwerpse centraal station. Hoe ongewoon die samenwerking is, zit in de titel die Het Laatste Nieuws het artikel meegaf: ‘Buurt bouwt mee aan kantoorwijk’.

Vredesonderhandelaar gezocht

Deze demonstraties van zelfredzaamheid roepen boeiende vragen op. Wat kan ngo’s en actiegroepen motiveren om confrontatie te ruilen voor coöperatie? Waarom gaan bedrijven in zee met hun natuurlijke tegenpolen? Dat is omdat geleidelijk het besef is gegroeid dat win-winsituaties in het bereik liggen en beslissingen een breder draagvlak bij de bevolking krijgen. Daar zijn lessen uit te trekken.

Een derde voorbeeld komt uit een totaal andere context, de ommekeer in de industriële uitbouw van de Gentse Kanaalzone. (Het verhaal stond in maart 2013 in Ruimte, het vakblad van de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning.) De zone heeft, schrijft toenmalig hoofdredacteur Peter Renard, jarenlang op een funeste en chaotische manier vorm gekregen. Gemeentebesturen daar hebben nooit samengewerkt. Ambtenaren, landbouwersorganisaties en havenlobby waren niet on speaking terms. Inspraak van bewoners was onmogelijk. Daar is met vallen en opstaan verandering in gekomen. Ook hier rijpte het besef dat samenwerken in vele opzichten winst oplevert. Merkwaardig is de rol die twee gouverneurs daarin hebben gespeeld. Renard zegt dat gouverneur Herman Balthazar de ideale coach was in de conceptuele fase, bij de uitbouw van een netwerk waarin wederzijds vertrouwen kon groeien. En ‘de politieke doener André Denys (gouverneur van 2004 tot begin 2013) ging desnoods met de boeren aan tafel zitten’.

Precies dat gegeven verrijkt het denken over hoe representatieve en burgerdemocratie in elkaar kunnen schuiven. Er is nood aan een nieuwe politieke functie. Noem die mensen coaches, bemiddelaars, intendanten of desnoods vredesonderhandelaars die los van partijpolitieke, electorale en corporatistische overwegingen achterdocht en wantrouwen kunnen wegmasseren. Met zo iemand zou het Oosterweeldossier een heel andere levensloop hebben gehad.

Luc Huyse
De Standaard 22-09-2015
http://www.standaard.be/cnt/dmf20150921_01878270

Tags: