Verstenend Vlaanderen kan geen ruimte blijven aansnijden

kade rechteroever

Vlaanderen versteent in snel tempo. Hoog tijd dat het beleid de schaarste aan ruimte ernstig neemt en daadwerkelijk intelligente keuzes maakt voor onze ruimtelijke ordening

Door Georges Allaert, voorzitter van het expertenforum voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) en Peter Cabus, secretaris-generaal van Ruimte Vlaanderen, verantwoordelijk voor de opmaak van het BRV.


Zorgvuldig omgaan met onze schaarse grondstoffen wordt met de klimaat- en energieproblematiek steeds meer maatschappelijk gedragen. Ook ruimte is een schaars goed. Vlaanderen is klein en dichtbevolkt, met een dicht wegennet en allerlei voorzieningen. Vlaanderen heeft nu al een grote graad van ‘verzegeling’: er is veel verharde ruimte, zoals woningen, wegen en bedrijven. De hoeveelheid verharde/versteende ruimte en tuinen groeide van 7,2% in 1976 tot al een kwart van de oppervlakte vandaag. Bij ongewijzigd beleid gaan we de volgende decennia naar 50%. Dat zal meer negatieve effecten, meer overstromingen, grotere hittestress en een verlies aan groene ruimte en natuur met zich meebrengen.

Dat is de context van de enorme uitdagingen waar Vlaanderen en Brussel voor staan. Er wordt de komende decennia een spectaculaire aangroei van de bevolking verwacht, van ongeveer 7,5 miljoen inwoners naar 9 miljoen. Het onmiddellijke gevolg is een nood aan meer betaalbare woningen in een gezonde leefomgeving,
3 miljoen verplaatsingen meer per dag en de behoefte aan meer dan 1 miljoen nieuwe arbeidsplaatsen en aan bijkomende scholen en andere zorgfaciliteiten. Er komt de volgende 30 jaar dus steeds meer druk op de ruimte, en dat in een al erg verstedelijkt Vlaams-Brussels landschap. Ook de milieu- en klimaatuitdagingen zullen toenemend druk zetten op de ruimte.

Als we deze uitdagingen aangaan zoals in het verleden, zal de ruimte verder worden aangesneden voor onze groeiende behoeftes. Zeker in het centrale deel van Vlaanderen en Brussel ontstaat daardoor een uitdijende stad van Antwerpen tot Aalst-Brussel en Leuven. Nu al zijn de mobiliteitsproblemen er groot en staat de leefkwaliteit onder druk. We zijn niet ver meer af van ‘Chinese toestanden’.

Leefkwaliteit
Een gezonde leefomgeving wordt voor de burger steeds belangrijker. Die zal een steeds grotere aanslag op zijn leefkwaliteit niet dulden, en terecht. Uit de bevragingen naar aanleiding van de opmaak van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) zien we dat de burgers snakken naar een welvarend maar ook leefbaar Vlaanderen. Om Vlaanderen tot de top 5 van de regio’s te doen behoren, zullen intelligente keuzes moeten gemaakt worden voor de ruimtelijke ordening.

Net zoals onze grondstoffen moeten we ook onze ruimte als een schaars goed behandelen. Het groenboek BRV dat de Vlaamse regering vorig jaar goedkeurde als discussiedocument lanceerde het idee van de ruimteneutrale ontwikkeling. Er mag zo weinig mogelijk - en op termijn zelfs geen - bijkomende ruimte worden aangesneden. Dat is het cradle-to-cradle -principe, toegepast op de ruimte.

Zoals de schaarste aan grondstoffen aanleiding geeft tot innovatieve productietechnieken, zal ook de schaarste aan ruimte leiden tot een innovatieve ‘ruimte-technologie’ (nieuwe bouwconcepten, meervoudig en flexibel gebruik,…). Mits ondersteund door een doordacht locatie- en mobiliteitsbeleid - de juiste activiteit op de juiste plaats - zien we hier zeker eerder mogelijkheden dan bedreigingen. Kosteloos is dat niet, maar verder doen zoals we bezig zijn kost ook, en dat wordt vooralsnog veel te weinig in beeld gebracht.

Ontmoetingsplaats
Ruimte is de ontmoetingsplaats - ‘arena’ volgens sommigen - van alle maatschappelijke activiteiten die er een plaats in vragen (woningen, wegen, scholen, zorginstellingen, winkels,…). We zitten nu nog te veel in een ruimtelijke concurrentiestrijd van ‘sectoren’ die mekaar ruimte willen afsnoepen (natuur, landbouw, industrie, infrastructuur, woningbouw,…). Die strijd wordt steeds harder, net omdat de ruimte schaarser wordt. Er loert daarom een stilstand om de hoek van de Vlaamse ruimtelijke ontwikkeling, ook omdat de burger heel wat mondiger is geworden. Niet voor niets maakte de Vlaamse regering een speerpunt van het versnellen van de investeringsprojecten en van de omgevingsvergunning (samengaan van stedenbouwkundige en milieuvergunning).

Het ‘ruimteverhaal’ moet nu ernstig worden genomen. In alle verhalen waarin Vlaanderen wil scoren, is het belangrijk om de ruimte waarin de vooropgestelde ontwikkelingen zouden moeten plaatsvinden in beeld te brengen en er een maatschappelijk draagvlak voor te zoeken.

Hiervoor moet het groenboek BRV op korte termijn verder worden uitgewerkt richting witboek, met strategische keuzes op de lange termijn (bijvoorbeeld voor een ruimteneutrale top 5-regio), een becijferde strategie en de nodige instrumenten. Er zullen territoriale pacten nodig zijn tussen onder meer overheden, bouwpromotoren, burgers, ontwikkelaars, vervoersmaatschappijen, sociale huisvestingsmaatschappijen en autonome gemeentebedrijven om dit ook te realiseren op het terrein onder de vorm van bijvoorbeeld nieuwe woon- en werkmilieus en multifunctionele gebouwen.

 
Georges Allaert
De Tijd 26-03-2013
http://www.tijd.be/opinie/analyse/Verstenend_Vlaanderen_kan_geen_ruimte_blijven_aansnijden.9321055-2336.art?

Tags: