Waarom de democratie bloedt

kade rechteroever

Essay Luc Huyse - Emeritus hoogleraar sociologie

Overheden die alleen maar bezig zijn met hun stuurkracht, verliezen onvermijdelijk aan legitimiteit bij de bevolking. Gevoelens van machteloosheid krijgen via het internet snel voet aan de grond, reden waarom ook onze regeringen hun relatie met het middenveld niet mogen verwaarlozen.

Hoe meet je de temperatuur van een democratie? Het aanbod aan thermometers is groot. Van twee van die koortsvoelers zijn we zeker dat zij betrouwbaar zijn. Check de legitimiteit én de stuurkracht van een democratie en je kent haar gezondheidstoestand. Hoe groot is de overtuiging, in brede lagen van de bevolking, dat regering en parlement het vertrouwen waard zijn? En hoe zit het met het vermogen van de overheid om te zorgen voor veiligheid, werk en welvaart?

De geschiedenis leert ons dat een langdurige verzwakking van deze markers noodlottige gevolgen heeft. Dan bloedt de democratie. Maar we weten ook dat de zoektocht naar geloofwaardigheid en slagkracht tot chronische conflicten leidt. Want het zijn als het ware twee zielen in één lichaam die om voorrang vechten. Deze tweestrijd om overwicht is als een tektonische spanning die de Europese landen in hun politieke geologie tekent. Dat beide opdrachten gelijktijdig evenveel aandacht krijgen komt nauwelijks voor. De jaren 1945-1975 zijn zowat de enige uitzondering.

Patronaat en arbeidersbewegingen waren in de naoorlogse tijd verbonden in een verstandshuwelijk dat economische groei en voorspoed garandeerde. De akelige ervaringen met het nazisme en de uitbreiding van het stemrecht, nu ook voor vrouwen, verdiepten het vertrouwen in het regime. Het zijn ook de jaren waarin een machtig en wijdverspreid middenveld tot bloei kwam. Het verzorgde de band tussen politicus en burger en verwekte wederzijdse goodwill. Deze periode en haar successen zijn diep in het collectief geheugen gegrift. Zozeer zelfs dat zij tot op vandaag de meetlatten zijn gebleven waarmee wij de staat van de democratie beoordelen.

 

Zwarte Zondag en Witte Mars

In de getijden­geschiedenis van de democratie ebde na 1975 de aandacht voor legitimiteit en vertrouwen weg

Rond 1975 kantelde het economisch en politiek klimaat in heel Europa. Dat was het uur van Margaret Thatcher. De zorg voor stuurkracht groeide uit tot een ware obsessie. De staat moest afslanken want overgewicht drukt de prestaties. Vakbonden waren ballast die best verdampte. Er is geen alternatief, orakelen sindsdien de economische en politieke elites. Die overtuiging rust op een schijnbaar onvermijdelijke feitelijkheid. In de getijdengeschiedenis van de democratie ebde de aandacht voor legitimiteit en vertrouwen weg. Als een vloed overspoelde de rede het gevoel.

Niet dat noodsignalen ondertussen ontbraken. Met de zwarte verkiezingszondag van 24 november 1991 was de onrust in ons land een eerste maal goed voelbaar. De Witte Mars van eind oktober 1996 toonde dat de frustratie in de bevolking wijdverspreid was en over veel meer ging dan over een falende justitie. Maar altijd was er wel een reden om de ogen te sluiten. De voorthollende inflatie, de schuldenberg, de zieke banken, de donderpreken van het IMF, van de Wereldbank, van de Europese Commissie...

Die blindheid inspireerde deze krant in de herfst van 2011 tot een publieke oproep aan het adres van Kamer en Senaat. De aanleiding was de aarzeling om het Dexiadebacle via een parlementaire onderzoekscommissie aan het volk voor te leggen. Hoofdredacteur Bart Sturtewagen schreef toen over de enorme ‘omvang van het gevoel van macht- en rechteloosheid’. Aan de volksvertegenwoordigers zei hij: ‘Stop met de angsthazerij en beantwoord de verwachting van de bevolking die u haar vertrouwen heeft verleend. Het is geen moeilijke afweging. De keuze gaat tussen doen wat de verleners van uw macht verwachten en dienstweigering. Hoe eerder dat inzicht het wint van de kortzichtige en dodelijke berekening, hoe meer schade er kan worden voorkomen’ (DS 29 oktober 2011) .

Het volk is voor Trump het amalgaam van zijn veertien miljoen volgers op Twitter

Vijf jaar later pikt Karel Verhoeven in het kerstessay de draad weer op (DS 26-29 december 2016) . Dat was ook nodig, want de schade die Sturtewagen voorspelde, had ondertussen de vorm aangenomen van een bruuske opwarming van het politieke klimaat, te voelen in het succes van Donald Trump en co.

Oplichtster TINA

Na vier decennia van verwaarlozing heeft het gemis aan legitimiteit de politieke agenda brutaal opengebroken. Hoe was dat mogelijk? Het is een wat verlate reactie op wat zich in de jaren 2006 tot 2008 heeft afgespeeld. Gevoelens van machteloosheid vonden toen, dankzij technologische ontwikkelingen, ineens een superkrachtige megafoon. Thomas Friedman, oppercolumnist van The New York Times, heeft ze beschreven. 2006 is het jaar waarin het internet de kaap van 1 miljard gebruikers overschreed, Twitter van start ging en Facebook de wereld binnenstapte. In 2007 kwam de eerste iPhone op de markt. De extreme snelheid, de brede reikwijdte en de lage kostprijs ervan veranderden de vorm van de macht, zegt Friedman. Machines, mensen en meningen wonnen op spectaculaire wijze invloed. De met algoritmen gevoede computers van Facebook kunnen sindsdien meer dan de meeste regeringen en parlementen. Mensen die als eenlingen opereren hamsteren als twitteraar, blogger en leverancier van Breitbartachtige websites een pak invloed. Zelfs de gewone burger kan nu met een simpele muisklik politiek actief zijn. En meningen gaan voortaan in de echokamers van het internet de aarde rond en slagen er vaak in om wortel te schieten. Tot daar Friedman.

Na 2007 kwam de bankencrash van 2008. Meteen was het failliet van de keuze die Thatcher ooit had ingeleid niet langer te loochenen. TINA (There is no alternative) bleek een giftige oplichtster. De tijd was rijp voor een slag die de slinger in de andere richting moest duwen. Want politiek en beleid waren hun geloofwaardigheid grotendeels kwijt, kiezers waren vergeten en genegeerd. De voorkeur ging niet langer naar de rede, maar naar het gevoel en de emotie. Ebbe werd vloed. Donald Trump, Geert Wilders, Marine Le Pen, Beppe Grillo en hun acolieten surfen op de golven mee.

Onmisbare drukregelaars

Je kunt gerust verwachten dat de zucht naar slagkracht en efficiëntie zal terugkeren. Want dat de democratie opnieuw zal bloeden staat vast. Dat zit al in de gedaante waarin zij momenteel vervelt. Voor de nieuwe elites is het individu de bevoorrechte partner. Democratie is het rechtstreekse contact tussen de politiek en de mensen. Het volk is voor Trump het amalgaam van zijn veertien miljoen volgers op Twitter. Daarbovenop wordt aan de kiezer gevraagd te verpoppen tot klant van de overheid.

Soms komen regeringen, zoals de Vlaamse deze week nog, met voorstellen die de andere kant lijken op te gaan. Ze hebben het dan over ‘zelfwerkzaamheid’ en ‘uitdagingen’ die van de burger een coproducent zullen maken. Vergis u niet. Het zijn woorden uit het Hollands woordenboek voor politieke eufemismen. Politiek consumentisme is en blijft wat de bevolking moet lijmen.

Altijd betekent die keuze dat de ruimte tussen het beleid en de mensen zo veel mogelijk vrijgemaakt wordt. Ook bij ons. Zie hoe regeringspartijen de spelers op het middenveld het leven moeilijk maken. En partijen doen liever een beroep op wat Verhoeven in het kerstessay de ‘sociale-mediamarketeers’ noemt. ‘De directe toegang tot de kiezer’, schrijft hij, ‘levert een schat aan data op over welke toon en boodschap aanslaan en wat de publieke opinie emotioneert.’

Dat kan slecht aflopen. Kijk, de signalen uit de samenleving die richting beleid gaan zijn erg talrijk en bijna altijd tegenstrijdig. Om de hoek loert dus het gevaar van overbevraging, waardoor de motor van de overheid hapert of zelfs tijdelijk stilvalt. Organisaties zoals vakbonden, Unizo, 11.11.11 en vele andere beperken dat risico want zij groeperen en zeven wat aan eisen in de richting van de bestuurders gaat. Zij zijn onmisbare sluiswachters. Bovendien zoeken zij geregeld naar compromissen in eigen kring. Zij zorgen ervoor dat botsende belangengroepen al in eigen huis in het gelid springen. Dat vergemakkelijkt het werk van wie regeert. Zij zijn dus ook onontbeerlijke drukregelaars. Wie die schakels verwijdert of beschadigt zal na korte tijd de slagkracht van de politieke machinerie zwaar zien afnemen. Bovendien zal dalende legitimiteit het gevolg zijn.

Het is de vraag of de democratie die dubbele schok zal overleven. Het is maar dat we het weten.

Luc Huyse

Tags: