De democratie is ziek van partijpolitiek

afbeelding

In zijn tweeluik over nieuw burgerschap en democratie  (DM 25 en 27/2) signaleert Luc Huyse dat een vervelend virus is geslopen in de software van het politiek bestel. Hij heeft het over een democratie die ziek is van individualisering, wat leidt tot een gebrek aan politieke slagkracht bij zowel overheden als bevolking.

Het klopt dat de erosie van uniforme gedragspatronen binnen de bevolking vertrouwde standaardscenario's heeft uitgehold bij het aan politiek doen. Daardoor worstelen overheden inderdaad meer dan vroeger met de maakbaarheid van de samenleving, en krijgen burgers het moeilijker om collectieve vuisten te maken. Terecht wijst Huyse op dit alles.

Maar meer nog dan van individualisering is onze democratie ziek van partijpolitiek. Waar partijbelangen in de verzuilde twintigste eeuw vertaling gaven aan wat leefde in de maatschappij, is dat vandaag niet langer het geval. Ook deze evolutie bracht Huyse al jaren geleden in kaart. Toch blijven overheden op dat oude bestel voortbouwen.

 Het handhaven van partijpolitieke logica staat daarbij steeds vaker in de weg van bestuurlijke slagkracht en uitvoerbare akkoorden. Ze hypothekeert ook steeds meer een democratische attitude in de politieke omgang met 21ste-eeuwse burgers. We geven een voorbeeld uit onze eigen praktijk, als ervaringsdeskundigen in een dossier waarnaar Huyse in zijn artikel verwijst.

Collectieve vuist

In 2009 bekwamen we een volksraadpleging over de Oosterweelverbinding. Maandenlang mobiliseerden we mensen om te gaan stemmen. We organiseerden infoavonden, namen deel aan debatten op de lokale televisie, onderbouwden alternatieve voorstellen. Samen met vele anderen slaagden we erin om een hele stad partijoverschrijdend te doen nadenken over het verband tussen mobiliteit, gezondheid en stedelijkheid.

 

Op café, in klaslokalen, aan keukentafels, op redacties, in het stadhuis, op de vele digitale fora: in de weken voor de volksraadpleging werd overal in Antwerpen van gedachten gewisseld over dat ene dossier. Het kon tellen als tegendeel van de door Huyse geschetste individualisering, net zoals de 'collectieve vuist' die werd gemaakt op de dag van het referendum.

    

Maar dat had Vlaams minister-president Kris Peeters niet zo begrepen. Meteen erna begroef hij de verdere besluitvoering weer in partijpolitieke krachtmetingen binnen de Vlaamse regering. Niet alleen werd bestuurlijk niets gedaan met de gegroeide burgerdynamiek in Antwerpen. Ook trok men geen lering uit het feit dat uitgerekend partijpolitieke halsstarrigheid had geleid tot verblinding bij het managen van het dossier.

De minister-president liet geen ruimte voor het rekening houden met de uitslag van de volksraadpleging. Zijn partij en zijn regering beslisten om vast te houden aan het weggestemde tracé. Over die beslissing werd sindsdien niet één publieke infoavond georganiseerd in Antwerpen, bij gebrek aan inhoudelijk onderbouwde uitleg.

Daar sta je dan als burgerinitiatief dat erin slaagde de individualisering te doorbreken. Ondanks een collectieve vuist eindig je met lege handen, omdat politieke belangen finaal de overhand houden.

Luc Huyse heeft overschot van gelijk wanneer hij vaststelt dat het aartsmoeilijk blijkt om mobiliserende burgerinitiatieven - die er wel degelijk nog zijn - in het politieke bestel te verankeren. Maar wij betwijfelen of dat ligt aan de burger. Zolang partijpolitieke agenda's belangrijker worden geacht dan open dialogen met burgers, kunnen we nog eeuwig blijven dromen van meer en betere participatie door de bevolking aan politieke besluitvorming.

Manu Claeys en Peter Verhaeghe (stRaten-generaal)
Wim van Hees (Ademloos)
De Morgen  01-03-2012 pag. 20 

Tags: