Raad van State doet nog geen uitspraak over milieueffectenrapport Oosterweelverbinding

PERSBERICHT 13.09.2015

Greet Bergmans en Steven Vervaet

 

 

Vroege uitspraak over milieueffectenrapport Oosterweelverbinding niet mogelijk

Uitspraak ten gronde over plan-MER Oosterweelverbinding ten vroegste eind 2016


Een goedgekeurd milieueffectenrapport is enkel juridisch aanvechtbaar samen met het uitvoeringsplan dat daaruit voortvloeit, zo oordeelt de Raad van State in een arrest van vrijdag 11 september 2015. Noch het beleidsbepalend karakter van een MER-rapport, noch het verlies aan kostbare tijd en maatschappelijke middelen die uit deze beperking volgen, konden de Raad overhalen om nu reeds inhoudelijk te oordelen. Een uitspraak ten gronde over het gecontesteerde MER-rapport Oosterweelverbinding zal bijgevolg pas gebeuren in het kader van de inmiddels ingediende aanvraag tot vernietiging van het GRUP Oosterweelverbinding.

Begin 2014 stapten wij, twee inwoners van Zwijndrecht, naar de Raad van State om de goedkeuringsbeslissing over het plan-milieueffectenrapport Oosterweelverbinding te laten vernietigen op basis van een lange lijst fouten, gebreken en ongerijmdheden in een onderzoek dat volgens ons overduidelijk op maat van het voorkeurstracé (“Bam-tracé”) is gevoerd. De werkelijke milieueffecten werd gebrekkig onderzocht.

Daarmee wilden we tijdig reageren op fouten die volgens ons reeds konden worden vastgesteld, zonder te moeten wachten tot helemaal op het einde van de procedure tot vaststelling van de Oosterweelverbinding. De goedkeuring van het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan, dat het voorkeurstracé op basis van dit plan-MER juridisch verankert, zou immers nog meer dan een jaar (maart 2015) op zich laten wachten.

Te vroeg, zo stelt de Raad van State vandaag. In het arrest nr. 232.161 van 11 september 2015 gaat de Raad niet in op de inhoud van de zaak, maar wordt het beroep onontvankelijk bevonden (http://www.raadvst-consetat.be/?page=news&lang=nl). De zaak is blijven steken bij de vraag of een MER-rapport een “louter voorbereidende handeling” zonder “dadelijk werkende, nadelige rechtsgevolgen” is, dan wel een document dat sterk bepalend is voor de beslissing die eruit voortvloeit. In het eerste geval heeft de burger “geen belang” om ertegen te reageren, in het tweede wel. En enkel dan wordt de beslissing van de Vlaamse MER-administratie om dit MER goed te keuren aanvechtbaar.

Vanuit maatschappelijk en politiek oogpunt valt heel wat te zeggen voor de tweede piste: een mer-rapport mag dan wel een “beleidsvoorbereidend” onderzoeksverslag zijn, het bepaalt ook de krijtlijnen van de beslissing die eruit voortvloeit. Een gebrekkig onderzoekrapport hypothekeert niet alleen een gedegen beslissing, maar brengt tegelijk de geldigheid ervan in het gedrang. Ook dit lezen wij in het arrest. Een MER-rapport kan wel degelijk worden aangevochten en vernietigd, besluit de Raad van State, maar pas “wanneer om haar vernietiging wordt gevraagd tezamen met die van de nagevolgde eindbeslissing én wanneer het onderzoek van het beroep tegen die eindbeslissing ervan doet blijken dat de voorbereidende beslissing behept is met een onwettigheid die uitsluitend kan worden hersteld door deze beslissing over te doen.” (Arrest 7.1, onderlijning toegevoegd)

Deze stap werd intussen gezet, mede onder impuls van de vaststelling door de Vlaamse Ombudsman dat er wel degelijk iets schort aan het MER-rapport Oosterweelverbinding, en dat enkel de Raad van State hierover een uitspraak kan doen.

Ook wie het Oosterweelplan genegen is, zal in het arrest van 11 september geen genoegdoening vinden. Ook van voorstanders van het regeringstracé mag men immers verwachten dat ze zich zorgen maken om het zeer gebrekkige, en alleszins nog steeds betwiste fundament dat het MER-rapport vormt voor de beslissing om de Oosterweelverbinding te realiseren. In het arrest van 11 september 2015 geeft de Raad van State zich alleszins uitdrukkelijk rekenschap van het feit dat wij inmiddels het plan-mer opnieuw, maar dit keer samen met de beslissing voor de Oosterweelverbinding, hebben aangevochten.

Mogelijks zal nu pas drie jaar na datum blijken dat het voorbereidend onderzoek naar een oplossing voor de Antwerpse mobiliteitsknoop niet deugde. Daarbij is niemand gebaat: noch de overheid, noch de Antwerpenaar, noch zij die al jaren vragen om met open vizier naar het probleem te kijken.