Van fietspadlobby naar fietslobby

kade rechteroever

 

 

 

Niet alleen valt het me steeds meer op, het stoort me ook steeds meer: hoe mensen en organisaties die opkomen voor een fietsbeleid die naam waardig eenzijdig de nadruk leggen op de nood aan fietsvoorzieningen. Alsof fietsen treinen zijn, die niet zonder een eigen bedding kunnen.

Natuurlijk zijn er heel wat situaties waarin fietsers best over eigen infrastructuur kunnen beschikken. Denk aan alle wegen waar de snelheid van het gemotoriseerd verkeer hoger ligt dan 50 km/u. Of op heel drukke trajecten met veel zwaar vervoer.

Maar zelfs binnen die omschrijving is al duidelijk dat ook niet-infrastructurele maatregelen of niet op de fiets gefocuste infrastructuur soelaas zouden kunnen bieden: door de snelheidslimiet te verlagen bijvoorbeeld (en er een consequent handhavingsbeleid aan te koppelen) of door te zorgen voor minder autodruk(te). Kost doorgaans weinig geld, maar veel politieke moed.

Door eenzijdig te pleiten voor fietspaden en het taboe van on(aan)gepast autogebruik in stand te houden, conformeert de fietslobby zich al te gemakkelijk aan het paradigma van het automobilisme dat de fiets node accepteert als een ‘alternatieve’ vervoerswijze die niet meer dan facultatief is: het is ‘en-en’, heet het dan.

Tot er keuzes moeten worden gemaakt en de ‘en-en’ gewoon een ‘of’ wordt in het voordeel van de auto.

Fietsbeleid dat het automobilisme in tact laat, vergt dan ook weinig politieke moed. En veel geld. Fietsvoorzieningen worden aangelegd als er ruimte is en als er geld (over) is. Anders niet. In dat laatste geval gewaagt men van ‘realisme’. Het realisme van het automobilisme dan wel, dat de fiets gedoogt zo lang hij de hoofdmodus, de auto, niet hindert.

Fietsmetrichtingaanwijzer1
Richtingaanwijzer voor de fiets: of hoe de fiets zich inpast in het automobilisme. 

Het komt me voor dat een fietsvriendelijk beleid, in essentie de eenvoud zelve, bewust ingewikkeld en ‘technisch’ wordt gemaakt en dat de fietslobby er met twee voeten intrapt. Terwijl er te vuur en te zwaard gediscussieerd wordt over hoe fietsstraten moeten worden ingericht (‘fietsstraten’, het woord alleen al: de onderliggende boodschap is dat de andere straten niet-fietsstraten of autostraten zijn), over hoe de handhaving in zones 30 moet worden georganiseerd of – alles kan erger – over de conflicten tussen voetgangers en fietsers in de marge van het autogeweld, blijft de kern van de zaak buiten beeld en dus ook buiten schot: dat onze hele samenleving, de infrastructurele en de niet-infrastructurele, gesneden is op maat van de auto.

De fietslobby vandaag is te veel een fietspadlobby. Het is aardig om op te komen voor meer comfortabele en veilige fietspaden waar nodig, maar de fietslobby zou opnieuw de moed moeten vinden om ook het debat ten gronde te voeren. De milieubeweging zal het niet in haar plaats doen, betoverd als die is door de mythe van de ‘groene’ elektrische auto.

De Andere Kris Peeters 28-07-2015
https://deanderekrispeeters.wordpress.com/2015/07/28/van-fietspadlobby-naar-fietslobby/

Tags: