Verslag van de MER info avond derde scheldekruising

kade rechteroever

Op initiatief van de CEL MER was er op 26 juni een info-avond in de UA, door 4 panelleden van MER, Antea, VC en T&M Leuven, gemodereerd door gouverneur Berx. Hieronder mijn indrukken.

Eerst werden deelresultaten getoond van de derde fase van het Milieu Effecten Rapport (MER) voor de Oosterweel verbinding. In deze fase zijn 4 tracés en varianten gemodelleerd zonder verkeerssturing. Aangezien alle tracés verschillende vormen van verkeerssturing voorzien - tol, intelligente kilometerheffing, ... - is het nutteloos en bedrieglijk om nu al "het beste tracé" te gaan zoeken. Er was dus afgesproken dit niet te doen.

Op 30 mei had het VC (Vlaams VerkeersCentrum) al een deel van dat materiaal getoond in de Commissie Openbare werken van het Vlaams parlement. Tegen alle gemaakte afspraken in heeft René Grispen van het VC wel een "beste tracé" benoemd.

Dat deed meneer Grispen op deze info avond weer! Daarna volgde de presentatie van Dirk Engels, mobiliteits-expert van T&M Leuven, en expert voor dit MER. Op basis van dezelfde gegevens gaf meneer Engels een objectieve presentatie. Al bij de eerste slide vertelde hij dat het vergelijken van prestaties van tracés in deze fase zinloos is. De prijzen worden pas uitgedeeld aan de eindmeet: fase 4 van het MER. Pijnlijk voor het VC.

Na alle presentaties was er een vragenuur. Gouverneur Berx heeft een zeer groot talent om dit proces naar veeleisend publiek te begeleiden, maar valt soms uit haar rol en pareert onterecht door haar niet gewenste vragen.

Bijvoorbeeld: Vraag: "de presentatie van VC in het Vlaams parlement was niet objectief en niet neutraal, (...). Werd het de cel MER en Antea onmogelijk gemaakt om zelf te rapporteren aan parlement en publiek. Indien ja, hoe kan dit voorkomen worden voor de toekomst.

Antwoord: "Deel 1 van uw vraag had met het verleden te maken, daar ga ik niet op in.  Deel 2 heeft met de toekomst te maken, daar ga ik niet op in." 

De vraag is nochtans pertinent én relevant. Mag de cel MER zelf rapporteren en mag een niet bevoegde minister daar op zo'n manier mee gaan lopen? 

Een verzoek om een Maatschappelijke Kosten Baten Analyse ipv de klassieke Transport Kosten Baten Analyse werd genegeerd. De vraag over op welke wijze men zou omgaan met de situatie i.v.m. het akelige feit dat de gemiddelde Antwerpenaar 438 dagen te vroeg sterft als gevolg van fijn stof en 399 dagen als gevolg van verkeerslawaai leidde evenmin tot een concreter engagement. 

Steven Vervaet kaartte problemen van de exploitatie voorwaarden aan rond het Meccano tracé. Ademloos 2070 stelde vragen over schaalniveau/detaillering van zones met het oog op rapportering van Milieu-effecten.

Prof. Dr. Avonts vroeg aan het VC waarom zijn presentatie geen afwijkingsmarges tonen - om te kunnen zien hoe groot de verschillen tussen tracés werkelijk zijn, als men toch een "beste tracé" wil tonen. Het VC wilde of kon hier niet op antwoorden. Het is echter standaard in alle wetenschappelijke disciplines je foutenmarge te tonen. Sterker nog: als je ze niet toont, heb je geen betrouwbaar onderzoek. Waarop de professor terecht zei "Als u mijn student was, ik had u gebuisd".

Prof. Dr. Avonts vroeg ook: "Zou het niet zinvol zijn de ontwikkelingsscenario's zoals verkeerssturing en extra tangenten eerst los te laten op de bestaande situatie om te kijken wat dat al opbrengt"? Antwoord van de gouverneur: "Ja! Dat gaat in fase 4 gebeuren niet waar heren?". Toen bleef het stil. Het ziet er niet naar uit dat men de bestaande situatie eerst wil optimaliseren met de goedkoopste maatregelen alvorens de grootst mogelijke kosten te doen. Het zou nochtans nuttig zijn te weten of we "in afwachting van het grote plan" al sneller en goedkoper de gezondheid van de Antwerpenaar kunnen verbeteren.

Het grotere perspectief:

  1. Politici verstoppen zich achter de MER procedures en vragen om sereniteit;
  2. Deze procedures zijn echter nog steeds niet transparant genoeg, tracé indieners worden té selectief en à la carte gehoord. Ze moeten ongelooflijk hard aandringen en blijvend alert zijn om hun tracés op hun eigen voorwaarden te laten beoordelen;
  3. de rapportering van MER fase 3 werd onttrokken aan de CEL MER en opgeëist door minister Crevits. Dit ondergraaft de onafhankelijkheid van het MER onderzoek;
  4. er is geen engagement om externe experts met milieu- of medische background te betrekken in fase 4.
  5. er is geen engagement naar onafhankelijke en ongekleurde eindrapportering - door de experts van de cel MER in plaats van het VC of andere diensten van minister Crevits.

Sereniteit is een politieke houding die de mensen van deze stad zich niet kunnen veroorloven. Helaas. 

Wordt vervolgd. Wim van Hees, voorzitter Ademloos.