Referendum? Het slechte Griekse voorbeeld

kade rechteroever

Niet enkel in Griekenland staat de volksraadpleging op de agenda. Groen lanceerde een voorstel voor een bijzonder decreet om ze in Vlaanderen op deelstaatniveau mogelijk te maken. De kans dat die tweederdemeerderheid gevonden wordt is klein, maar toch moet het debat gevoerd worden.

Om verschillende redenen. Ten eerste omdat het nu eenmaal een nieuwe Vlaamse bevoegdheid is en het Vlaams Parlement over elke nieuwe bevoegdheid moet beslissen wat ze er al dan niet mee zal doen, al is het doorgaans slechts in de tweede legislatuur na de overdracht van nieuwe bevoegdheden dat de eigen, deelstatelijk stempel gezet wordt.

In de eerste telt vooral de stabiliteit en geleidelijke overgang en moet er zich nog een meerderheid vormen over hoe dat nieuw Vlaams beleid er moet uitzien. In sommige gevallen, zoals de afwezigheid van een debat over de Vlaamse tax shift, is dat geen excuus en is het getalm pijnlijk. De Vlaamse volksraadpleging is niet dringend, maar hier geldt het argument van de stabiliteit en geleidelijke overgang niet. De Vlaamse democratie kan een nieuwe boost gebruiken.

Om de vijf jaar stemmen volstaat niet

De voornaamste reden waarom het debat mag starten is principieel, fundamenteel. Ook de jonge Vlaamse democratie, waarin het Vlaams Parlement het centrale platform blijft, heeft nood aan bezinning over vormen en methoden die voor meer dynamisme en betrokkenheid kunnen zorgen. Die meer burgers op een andere manier bij de besluitvorming over de publieke zaak kunnen betrekken. De onmisbare indirecte democratie, waarin de burger zich vijfjaarlijks via de stembus over tal van onderwerpen moet uitspreken, volstaat niet.

De vraag is of een volksraadpleging zo’n goede aanvulling is. Hoewel deze inspraakvorm onmiskenbaar voordelen en pluspunten kent, blijft netto een afwijzing over: er zijn betere, slimmere vormen van interactieve of deliberatieve aanvullingen denkbaar dan dit relatief botte, binaire instrument.

Maar laat ons dit debat voeren. Want het is zelfs pedagogisch interessant. Het doet nadenken over welke democratie we willen. Want de klassieke democratie wordt uitgedaagd. Er zijn nieuwe spelers, in Ringland of speelstraten, op geefpleinen of protestpicknicken. De stelling dat democratie meer moet zijn dan bolletjes kleuren klinkt weer hevig, burgers willen meer heft in eigen handen. Laat ons dus andere, aanvullende vormen en technieken bekijken, niet enkel om vooral de wakkere burger meer ruimte te geven, maar vooral om de slapende meer te bereiken.

Risico's

Maar indien niemand achteraf van plan is om dat nieuwe instrument ooit in te zetten, is dat een beetje een sullig debat. Directe democratie die ligt te bestoffen is nutteloos, en eigenlijk een schandvlek. Louter symbolische directe democratie is anti-democratie. België en Vlaanderen, zo leert ervaring, heeft niet meteen veel zin in directe democratie. Getuige het zeer beperkt gebruik van lokale referenda en het feit dat provinciale nog nooit zijn ingezet. Ook niet die ene keer, toen over het Antwerps BAM-tracé zo’n provinciaal referendum een relevant kon zijn.

Mocht de Vlaamse volksraadpleging er ooit komen, dan is die nu al door de staatshervorming deels afgebakend. Het mag enkel voor gewestbevoegdheden (bv. open ruimte of grote infrastructuurwerken). Het Grondwettelijk Hof zal dat vooraf controleren. Wegens de Brusselse moeilijkheid mag het dus niet over gemeenschapsbevoegdheden gaan, zoals bijv. over onderwijs, cultuur of welzijn. Nochtans onderwerpen die burgers vaak meer beroeren en minstens evenveel fundamentele discussies oproepen.

Net als bij andere raadplegingen die in ons land mogelijk zijn, op lokaal en provinciaal niveau, zijn Vlaamse niet-bindend en zijn vragen over belastingen of begroting uitgesloten. Uit die terechte beperking spreekt meteen een gezond wantrouwen tegen dit riskante instrument. Dat zo kwetsbaar is voor populisme. Dat met een ruwe ja/neen-vraag zo beperkt is in het vatten van de genuanceerde complexiteit van cruciale keuzes. Dat maakt de indirecte democratie niet perfect, maar al bij al is die weerbaarder tegen afglijding en vooral veel verfijnder.

Het slechte voorbeeld

Groen doet al concrete voorstellen over praktische modaliteiten, maar hopelijk beperkt het debat zich daar niet toe, als het er komt. Eerst moet er een fundamentelere discussie gevoerd worden, bv. of er geen slimmere vormen mogelijk zijn dan de indirecte democratie.

Ja, er zijn mooie voorbeelden, zoals de volksraadpleging over Schotse onafhankelijkheid in september vorig jaar, waar het voorafgaand debat om de politieke vingers van af te likken was. Maar er zijn ook heel lelijke voorbeelden, zoals nu in de bakermat van democratie, het Grieks over het Europees reddingsplan.

Niemand weet nog precies waarover het gaat, de meeste Grieken snappen niet eens de vraag, het moest na beslissing razendsnel doorgaan en er was geen evenwichtige, rustige aanloop met allerlei argumenten en beschouwingen. Het Grieks referendum is het tegenbeeld van democratie, met een regering die bij ‘verlies’ het land in een politieke crisis stort, het bewijs van het gemakkelijk populistisch misbruik van dit botte instrument. Welke kant het uitgaat met het Brits referendum over het Europees lidmaatschap valt af te wachten.

Wie voor dit instrument is, is niet meer democraat dan wie er tegen is, en omgekeerd. Maar wie het debat erover niet wil voeren, om allerlei partijpolitieke redenen, is minder democraat dan wie het debat wel wil voeren.

(De auteur doceert politieke wetenschappen in Gent.)

Carl Devos

VRT Nieuws 04-07-2015
http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/opinieblog/opinie/1.2382639

Tags: