‘Antwerpenaren, dit is jullie historische moment’

kade rechteroever

 


‘Antwerpenaren, dit is jullie historische moment’
 

Tot besluit van hun drie webwoensdagen in juni 2020 vroegen de burgerbewegingen Ringland, Ademloos en stRaten-generaal aan André Loeckx, prof. em. Stedenbouw aan de KU Leuven, om een evaluatie van de lopende leefbaarheids- en overkappingsprojecten.

In het kader van het Toekomstverbond is André Loeckx onafhankelijk adviseur in de werkbanken.

Hieronder lees je zijn reflecties.

 

https://ringland.be/wp-content/uploads/2020/06/Webwoensdag-3-Andr%C3%A9-Loeckx-schermafbeelding-2.png

 

Gelukwensen!

Meer dan een uur duurde de presentatie van Alexander D’Hooghe en we zijn nauwelijks halverwege geraakt op een reis in wijzerzin door de plannen en voorbereidingen voor een radicale aanpassing van de Ring. Wie had pakweg tien jaar geleden durven te denken dat zo’n resem projecten op stapel zou staan? Ook sedert Ringland de overkapping opnieuw op de agenda plaatste, zo’n zes jaar geleden, is heel wat weg afgelegd. En natuulijk was er de doorbraak die de intendant bewerkstelligde naar concrete engagementen en concrete plannen voor realisatie.

Het is niet allemaal in gestrekte draf verlopen. Lastige hindernissen wachtten onderweg: Noordkasteel, Groenendaallaan, Sportpaleis, Hollandse Knoop, Schijnpoort en dergelijke meer. Er werd gehinkt en gestruikeld. Er werd doorgeslikt, tandengeknarst en gevloekt. Heel wat frustratie en eigendunk moesten worden weggemasseerd. Er was ontmoediging. Er werd afgehaakt en weer aangehaakt. Maar al bij al horen hier, op dit moment, fierheid en voldoening over wat tot nog toe gepresteerd werd. Mijn oprechte gelukwensen aan allen die hun steentje bijdroegen aan deze prestatie.

Knagende ongerustheid

Niettemin, ik volg deze saga al ongeveer zes jaar, raak ik een knagende ongerustheid maar niet kwijt. Het is iets met die ‘leefbaarheidprojecten’. ‘What’s in a name’, natuurlijk. Maar toch: is het hier in hoofdzaak te doen om ‘leefbaarheid’? De term suggereert dat de gehele opzet tot doel heeft een brutaal infrastructuurproject ‘leefbaar’, ‘draaglijk’ te maken. Maar eigenlijk gaat het erom een evenwicht in te stellen tussen de harde infrastructuurlogica van een binnenstedelijke snelweg (die eigenlijk niet hoort in het midden van de stad) en de noodzaak om van de ringruimte een generator van stedelijke omgevingskwaliteiten te maken (ruimtelijke, sociale en ecologische samenhang, bundeling van voorzieningen, ruggengraat van duurzame mobiliteit, slagader van stedelijk metabolisme etc.).

Dat het in het merendeel van de geselecteerde leefbaarheidsprojecten om meer gaat dan het elementair ‘leefbaar maken’ is intussen wel duidelijk. Maar geldt dat ook zonder meer voor bermen en geluidsschermen als leefbaarheidsprojecten? Is dat geen doekje voor het bloeden? Wordt met de kundig ontworpen bermen en geluidsschermen en met de zuinig toegekende overkappingsstukken niet het begraven van de idee (en van het historisch compromis) van de gehele overkapping als tegengewicht van het infrastructureel geweld op kousenvoeten voorbereid? En kan een ‘ringpark’ dat in tweeën gekliefd wordt door een binnenstedelijke snelweg nog wel ten volle een ‘park’ genoemd worden? Of gaat het dan in feite om twee groene bermen? Wanneer dergelijke vragen herhaaldelijk, te pas en te onpas, tijdens de vele besprekingen geopperd worden door iemand van de burgerbewegingen, klinkt het steevast in koor: ‘Zeker niet, we zijn allemaal voor een volledige overkapping!’ En men gaat verder met de orde van de dag.

Missing links 1: ontbrekende kapstukken en groene bruggen

Met mijn bedenking wil ik hier niet de pret bederven. Het is mij niet te doen om het onderste uit de kan te schrapen. Verdenk mij niet van het chagrijn van een kind dat niet alles krijgt wat het wil. Dit is geen slinkse wijze om toch te bekomen wat niet toegekend werd. In de loop van de voorbije werking van het Toekomstverbond maakte ik deel uit van verschillende begeleidingscomités en jury’s die het ontwerpwerk van een indrukwekkende keure van ontwerpers begeleidden. Naarmate dat werk vorderde en verschillende sectoren van de nieuw te bedenken Ring op een hoogwaardige wijze steeds meer vorm kregen, werd ook de noodzaak van een zo groot mogelijke overkapping steeds duidelijker. Maar daardoor komen nu ook meerdere in reserve geplaatste of niet-geselecteerde kapstukken duidelijk naar voren als zeer ernstige lacunes of hiaten die niet enkel lokaal de noodzakelijke kwaliteitscorrectie nalaten maar tevens afbreuk doen aan nabijgelegen projectonderdelen die wel geselecteerd zijn.

Die hiaten slaan niet op enkele resterende openingen of onderbrekingen die in het niets verdwijnen tegenover de indrukwekkende schaal van de verzamelde leefbaarheidprojecten. Het zijn erg storende ‘missing links’ op belangrijke plekken. Nogmaals: het is mij niet te doen om het mordicus dichtleggen (of overbruggen) van elke resterende opening. Ik wil wijzen op ernstige tekorten op diverse cruciale plekken van het ringtracé. Ik denk daarbij, wat de net gepresenteerde ringhelft betreft, aan de twee toch wel smalle overkappingen op Linkeroever, aan het geamputeerde ‘Groene Hart’ tussen Luchtbal en Merksem, aan de in reserve geplaatste ‘Groene Brug’ over het Albertkanaal, aan de kap 'Kalverwei’, aan de ‘unheimliche’ open sleuf naast het Lobroekdok, tussen de nieuwe Slachthuisbuurt en de zuidoever van het Albertkanaal.

Missing links 2: nood aan stevige nerven

Een gelijkaardige bedenking wil ik maken omtrent de zogenaamde ‘nerven’. In het gepresteerde ontwerpwerk bleek steevast dat deze nerven geen bijkomstige elementen zijn van de stedenbouwkundige aanleg maar integendeel instaan voor het verankeren van de grote ringwerken in de aanliggende buurten, zowel intra als extra muros. Het gaat doorgaans om groene vingers en lijnen van zacht verkeer die vanaf de overkapte ringstukken en de ringparken diep doordringen in de aangrenzende buurten. Zij brengen de weldaden van de overkapte ring (voorzieningen, zachte verkeersmodaliteiten, open ruimte, groen en water) tot bij de vaak oververdichte, groenarme en moeilijk bereikbare buurten. Zij hechten bestaande en geplande lokale buurtgerichte stadsvernieuwing aan het komende grote ringwerk. Er werd reeds heel wat gesleuteld aan de nerven. Toch blijven ze, naar mijn mening, met te weinig, te kort gesnoeid, te benepen, te stomp.

Het ringwerk is meer dan het realiseren van vijf of zes ringparken langs het ringtracé. De overkappingen, de voorzieningen, de ringparken, de stads- en buurtvriendelijke mobiliteitsinfrastructuren, de ingewerkte slagaders van het stedelijk metabolisme vormen een complexe stedelijke ruggengraat tussen de 19de- en 20ste-eeuwse gordel. Talrijke nerven hechten deze ruggengraat aan de aanliggende buurten en stadsdelen en vervolledigen op die manier een coherente stedelijke morfologie die een groot stuk van de stad integreert.

Mijn bedenkingen omtrent ‘missing links’ zijn niet bedoeld als kritiek op wat nagelaten werd. Integendeel het belang ervan werd pas duidelijk dankzij het indrukwekkende plannings- en ontwerpwerk dat werd geleverd. Bovendien betreft het niet per se de technisch meest complexe en dus duurste delen van het ringwerk. Remediëring van deze missing links ligt doorgaans voor de hand. Een gedeelte van het voorbereidend werk ervan zal hoe dan ook worden uitgevoerd samen met de infrastructuurwerken, een ander gedeelte sluit aan bij bestaande of geplande buurtgerichte projecten van stadsvernieuwing. In die zin passen mogelijke remediëringen in een ‘werk voor werk’-optiek.

Tijd voor enkele cruciale bijsturingen

Met de hele ‘Operatie Ring’ is men hier nog lang niet klaar. Het denk-, reken- en tekenwerk, het overleg- en overtuigingswerk zit misschien niet eens halverwege. Over wat tot nog toe bereikt werd, mag men fier zijn. Toch lijkt het mij hoog tijd om een aantal dingen bij te sturen en op de agenda te plaatsen: een aantal ‘reserveprojecten’ die van de tafel dreigen te vallen en de zogenaamde ‘nerven’, de verbindingen dwars op de Ring die al het ringwerk moeten enten op de aangrenzende buurten.

De intendant beklemtoonde de schaal en de geste van alle leefbaarheidsprojecten samen. Dat daar hier en daar ‘openingen’ in zitten, was naar zijn mening van minder belang. Die zienswijze deel ik niet helemaal. Het gaat om meer dan een woordkeuze. Hier en daar ‘een opening’ in zo’n groot geheel is niet erg. Een 'hiaat’, een 'lacune’ die al wat er rond gerealiseerd wordt devaloriseert, is dat wel. Dat maakt geen deel uit van een mantra, het is geen idee-fixe waar de burgerbewegingen zich niet meer van kunnen ontdoen zonder gezichtsverlies. Het gaat naar mijn mening om lokale projectdelen langs het ringtracé die afgevoerd werden en waardoor het op diverse cruciale plekken bijzonder moeilijk wordt om de Ring te valoriseren als een nieuwe, stedelijke ruggengraat van de stad, op vlak van mobiliteit, energie, ecologie, sociale integratie en ruimtelijke samenhang. De afgevoerde (of ‘in reserve’ gestelde) projectdelen in kwestie zijn als het ware ontbrekende wervels in die ruggengraat. Het gaat daarbij niet om alle openingen, wel om bepaalde hiaten die in feite afbreuk doen aan de grote kosten en de enorme moeite die aan de gehele ringwerk werden en worden besteed. Hetzelfde geldt voor de ‘nerven’. Dat zijn meer dan dwarsverbindingen. Nerven moeten de herdachte Ring inbedden in elke omliggende buurt, zowel intra muros als extra muros. Nerven brengen als het ware het ringwerk tot aan ieders voordeur. Op die manier is het ringwerk meer dan een snelweg overdekken: het herdenkt een groot deel van de stad.

Het lijkt mij nu het geschikte moment om deze dingen op de agenda te plaatsen, op de agenda van het komende ontwerpwerk, op de agenda van de eerste werken op het terrein, op de agenda van het buurtoverleg, op de politieke agenda, op de budgettaire agenda.

Out of the box

Een nieuwe golf van denk- en overlegwerk komt eraan (om nog van de start van de werken in situ te zwijgen). Dat vele werk zal niet kunnen gebeuren op de wijze van ‘business as usual’. De hele opzet van de Ring - leefbaarheid, kwaliteit, infrastructurele degelijkheid - realiseren kan niet zonder out-of-the-box-denken.

In feite is heel het ringwerk tot nog toe ‘out of the box’, met op kop het ‘Toekomstverbond’, naar mijn mening dé uitvinding op het gebied van planning en ontwerp van het voorbije decennium in Antwerpen en ver daarbuiten. Het komt er dan ook eerst en vooral op aan het Toekomstverbond als dusdanig een nieuwe ‘boost’ te geven: de parallelle werkbanken, de coproductie van ambtenaren, politici en burgers, de intense ‘scrumsessies’, de Ringdagen etc. Het Toekomstverbond blijft hoe dan ook een hoogst originele werkwijze met een enorme professionele en maatschappelijke draagwijdte die past bij de complexiteit en bij de historische inzet van de hele operatie.

Er is ook out-of-the-box-denken nodig op meerdere vlakken (verkeerskundig, sociaal, cultureel, planologisch etc.) voor het vormgeven aan de broodnodige modal shift. Dat laatste is een gemeengoed geworden term die slaat op een allesbehalve vanzelfsprekende operatie, tenminste indien men modal shift niet opvat als een oorlog van de enen tegen de anderen, of als de weerwraak van het zwakke verkeer op het sterke, maar als een mobiliteitspact waar iedereen beter mee uit de voeten kan.

Hetzelfde out-of-the-box-denken zal nodig zijn om dat enorme patrimonium aan groen en open ruimte te beheren dat de ringparken zullen opleveren. Dat kan men niet klaarspelen met de bekende manieren van het openbaar ruimtebeheer, de groendiensten en dergelijke. Er zullen andere beheers- en gebruiksmodaliteiten nodig zijn. Zonder intelligent samenspel van publiek, collectief en privaat beheer en gebruik lukt dat gewoon niet. Ook dat is nieuw en heel erg out of the box.

Out-of-the-box-denken is eveneens het bedenken en realiseren van nieuwe mengvormen tussen wonen en werken. Is het Albertkanaal een economische ader of is het voor de nieuwe Slachthuisbuurt, voor Merksem-Zuid en voor Deurne-Noord een schitterende plek om stedelijk te wonen aan het water? Beide, zou ik zeggen. En waarom niet tegelijk? Maar dat gaat helaas in tegen alle voorschriften die steunen op een diepgeworteld zoneringsdenken en tegen de courante investeringslogica. Het zal dus wel out of the box moeten.

Voor dat out-of-the-box-denken heb je een speciaal soort ontwerpers nodig (die zijn er), een speciale soort politici en ambtenaren (die zijn er), een speciale soort ondernemers (die zijn er ook) en een speciale soort ervaringsdeskundigen: de wakkere burgers, bewoners en gebruikers van de stad. Ook van die laatste categorie zijn er in Antwerpen heel wat beschikbaar. Het minste dat men kan zeggen, is dat hier sedert ‘Stad aan de Stroom’ een traditie gegroeid is van creatieve bemoeizucht en verantwoordelijkheid voor dingen die in de stad gebeuren. Deze jarenlang met vallen en opstaan en met dank aan de burgerbewegingen opgebouwde participatiecapaciteit zal onontbeerlijk blijken voor het vervolg van de gehele ringoperatie. Democratische waakzaamheid en controle van onderuit blijven nodig, want politici, experten, investeerders, burgerbewegingen en buurtbewoners zijn ook maar mensen met een eigen agenda. Conflictbeheer en onderhandeling blijven nodig, een soort participatief vredegerecht zeg maar, want er zullen onvermijdelijk belangenconflicten ontstaan naarmate het werk - zowel de benefit als de hinder ervan - zich verplaatst naar de voordeuren, de eigendommen, de straten, de buurten, de parkeerplaatsen en de sportterreinen. In dergelijk conflictbeheer moeten de ervaringsdeskundigheid en de collectieve wijsheid van bewoners en gebruikers het nodige tegengif bieden aan kortzichtig eigenbelang. En het uitfilteren van prioriteiten, het preciseren van reële behoeften en het aanleveren van werkbare ideeën moeten volop kunnen putten uit het volkse reservoir van levenservaring en dagelijkse creativiteit.

Sie sind das Volk

Uiteraard zullen vermoeidheid, ontmoediging en frustratie toeslaan. Het duurt al lang en het gaat nog lang duren. Maar ringwerk kan en mag nooit routinewerk worden. Een voortdurende mobilisatie van een onontbeerlijke dosis inzet, volharding, kritische observatie en creativiteit zijn nodig als cocktail van vernieuwbare energie om dit hele proces op gang te houden. Daarom ben ik optimistisch, want van dergelijke menselijke energie is er in Antwerpen heel wat beschikbaar - zeg ik als niet-Antwerpenaar, met een zekere jaloezie. Het volk van Antwerpen is een speciaal volk, waarvan de recente politieke geschiedenis in elk geval niet getuigt van aversie voor ommekeer, een volk dat de controverse en de radicale verandering niet schuwt, dat zijn stem durft te verheffen en de dingen graag groot ziet, dat een behoorlijke pedigree kan voorleggen op het vlak van stedenbouw en stadsvernieuwing...

En dus: Antwerpenaren, Sie sind das Volk! Dit is jullie historische moment om iets groots met jullie stad te doen. De aanzet is gegeven, het materiaal ligt klaar. Maak er wat van en laat alle stadsvernieuwers in andere steden en andere landen groen zien van jaloezie over wat hier gaat gebeuren.

André Loeckx, 24 juni 2020