Een nooddecreet voor het Oosterweeldossier?

Ringpark de Groene Vesten - Antwerpen modelstad voor hedendaagse mobiliteit en d

Op 1 februari 2011 vroeg VOKA-Antwerpen in een open brief aan de Vlaamse regering om de geplande tunnels op het BAM-tracé (Oosterweelverbinding) uit te voeren via een nooddecreet.

De oproep van VOKA-Antwerpen is geformuleerd zonder kennis van zaken. Het communicatieve effect wordt wellicht belangrijker geacht dan de werkelijkheidszin. Een nooddecreet is immers niet aan de orde in het Oosterweeldossier. Dit om twee redenen.

 

1. Er is een verschil tussen ruimtelijke planning (1ste fase) en vergunningenbeleid (2de fase)


Het dossier van een BAM-tracé met tunnels zit amper in het begin van de eerste fase: de opmaak van milieueffectenrapporten en ruimtelijke uitvoeringsplannen moet nog worden opgestart. In die fase zijn inspraak- en toetsingsprocedures wettelijk voorzien, waarbij niet alleen adviesorganen, maar ook lokale besturen en bewoners participeren. Een nooddecreet kan deze fase niet omzeilen zonder meteen ook de structurele regeringssamenwerking met lokale besturen, de eigen administraties en de burger op de helling te zetten. Een nooddecreet in deze fase zou tegelijk een ‘staatsgreep’ zijn – aangezien de wet andere procedures voorschrijft – en een precedent voor regeringsdictaten bij samenwerkingsverbanden met lagere overheden.

Pas in een tweede fase – voor een BAM-tracé met tunnels is dat blijkens de door de regering vastgelegde planning (zie bijlage) ten vroegste in de periode november 2013/juni 2014 zijn – zal de bouwaanvraag worden ingediend en eventueel verleend. In het dossier van het Deurganckdok werd slechts helemaal op het einde van die tweede fase een nooddecreet ingesteld (2001), nadat de Raad van State tot twee keer toe de bouwvergunning had geschorst. Het stilleggen van de werken veroorzaakte hoge kosten/dag – o.a. door schadeclaims, onderhoudswerken en derving van inkomsten. Daarom bekrachtigde het Vlaamse parlement een nooddecreet.
Een vergelijking met het nooddecreet voor het Deurganckdok is bijgevolg populistisch, niet realistisch.

 

2. De Europese regelgeving over milieueffectenrapporteringen laat geen marge voor nooddecreten

 

In 2001, jaar van het nooddecreet voor het Deurganckdok, was de Europese regelgeving over milieueffectenrapporteringen (MER-rapporten) nog niet omgezet in Vlaamse decreten. Inmiddels is dat wel het geval. Europa kijkt sindsdien nauwlettend toe op de correcte omgang van nationale en regionale besturen met de voorziene wettelijke procedures. Nooddecreten zijn sindsdien ook minder evident geworden.
Essentieel bij de opmaak van MER-rapporten is dat alle redelijke alternatieven aan bod komen, bijvoorbeeld ook de Meccano-Plus. Daar is geen ontkomen aan. Wij kijken dan ook met vertrouwen uit naar de vergelijkende MER-analyse van het Masterplan 2020 (met BAM-tracé) versus de Meccano-Plus. Alleen al de rapportanalyses over uitstoot en lawaai op de huidige Antwerpse ring R1 zullen hier een significant verschil aangeven.
Misschien knelt daar het schoentje bij VOKA-Antwerpen? Het is wellicht geen toeval dat de open brief verspreid werd enkele uren na een persconferentie van stRaten-generaal over de alternatieve Meccano-Plus.


Pleidooi voor een andere VOKA-houding

 

VOKA-Antwerpen klopt al sinds 2004 op dezelfde Oosterweelnagel: ’t moet nu vooruit! We kunnen daar begrip voor opbrengen. Ook wij vinden dat het vooruit moet. Maar het enige netto effect van de VOKA-benadering is tot nog toe: vertraging. Had VOKA-Antwerpen – als economische belangengroep die normaal gezien oog zou moeten hebben voor innovatie, kwaliteitsbewaking en creativiteit – niet al die jaren enkel pogingen ondernomen om de Vlaamse regering vast te schroeven op het BAM-tracé, misschien dat dan in Antwerpen meer en eerder ruimte was ontstaan voor een ernstig, open en inhoudelijk debat over het Antwerpse Masterplan.
Een kwalitatieve analyse van dat plan of van de Oosterweelverbinding heeft VOKA-Antwerpen nooit gebracht, ondanks de aanwezige expertise en personeelsbezetting op het vlak van mobiliteit.

Gevolg: VOKA-Antwerpen fungeerde jarenlang vooral als remmende factor bij het omgooien van het Oosterweelroer, door de politici keer op keer op te jagen om vooral geen alternatieve denkpistes te exploreren.
Ook vandaag blijft VOKA-Antwerpen dezelfde plaat draaien. De gevolgen dreigen dezelfde te zijn: jarenlange vertraging door verdere politisering van het dossier. VOKA – of toch minstens de initiatiefnemers van de open oproep – bewijst het Antwerpse bedrijfsleven hier geen dienst mee.
Het Antwerpse bedrijfsleven en de actiegroepen zijn overigens objectieve bondgenoten voor wat betreft een ander onderdeel van het Antwerpse Masterplan. De aanleg van een oostelijke bypass (A102 + vertunnelde R11) wordt door niemand uitdrukkelijk in vraag gesteld. De politieke wereld, het Antwerpse bedrijfsleven, de haven, Forum 2020 en de actiegroepen Ademloos en stRaten-generaal zijn vragende partij hiervoor, want de bypass vormt integraal onderdeel van zowel het Masterplan van de regering als van de alternatieve Meccano-Plus. Velen bepleiten zelfs om die oostelijke bypass prioriteit te geven, want ze kan al een groot deel van de files op de Antwerpse ring milderen.
Daarom deze oproep aan VOKA-Antwerpen: verspil uw krachten niet aan nodeloze, zelfs contraproductieve oproepen om nooddecreten. Investeer daarentegen het beste van uzelf in het creatief exploreren van toekomstgerichte oplossingsmodellen en het vinden van bondgenootschappen waar nuttig.

Manu Claeys en Peter Verhaeghe, voor stRaten-generaal
2 februari 2011
 

pdf-versie

Tags: