Lange Wapper, en het misprijzen voor burger en middenveld.

afbeelding

(volledige tekst definitief advies GECORO)

Antwerpen zit in de laatste rechte lijn naar het referendum over het BAM tracé. Als inwoner van de stad, maar vooral als onderzoeker rond het thema van maatschappelijke rechtvaardiging van risico-inherente technologie en infrastructuur, volg ik de zaak van dichtbij. Daarbij valt op hoe moeilijk het is om het publieke debat bij de inhoud en vrij van glossy strategie en strategische emotie te houden.

In een interview in de krant Metro van dinsdag 13 oktober haalt Nick Orbaen, woordvoerder van de BAM, argumenten aan die wijzen op een denkpatroon dat mee aan de basis ligt van het echte probleem. In antwoord op een vraag of hij de kracht van de actiegroepen niet onderschat heeft stelt Orbaen dat 'de technisch complexe boodschap van de actiegroep stRaten-generaal nooit aangeslagen is'. Een logische gevolg op deze uitspraak zou een analyse van de aanpak van de eigen complexe argumentatie zijn, want als één ding zeker is dan is het dat deze zaak op alle vlakken (technisch, socio-politiek, cultureel, ethisch) allesbehalve eenvoudig en evident is. stRaten-generaal is inderdaad de enige stem in het publieke debat die systematisch en consequent de inhoudelijk-technische, ecologische, economische en sociale argumentatie in het centrum van haar communicatie geplaatst heeft; niet alleen omdat de actiegroep dat de enige relevante aanpak van de communicatie vindt, maar ook omdat zij er gewoon van uitgaat dat de burger niet dom is. Het probleem van een dergelijk dossier is dat technische argumenten inzake gezondheid, verkeersstromen en stadsontwikkeling steeds voor interpretatie vatbaar zijn, hetzij omdat de wetenschap onvoldoende zekerheid kan bieden, hetzij omdat ze in de context van verschillende maar even relevante waardenkaders kunnen geëvalueerd worden. Het is dan ook belangrijk om in een debat net die onzekerheden en waardenkaders in kaart te brengen, en er voor te zorgen dat opinievorming transparant is en vrij van strategische vereenvoudiging en emotionele mistgordijnen.

Het zijn net dergelijke vereenvoudigingen en mistgordijnen die de communicatie van de BAM kleuren. Niet voor niets heeft de Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame (JEP) de beheersmaatschappij van de overheid op de vingers getikt wegens misleidende reclame. Ook de nieuwe glossy brochure die over de hele stad verspreid werd is in hetzelfde bedje ziek: knip alle irrelevante tekst en beeld eruit, en je houdt nog een vijftal pagina's van de 37 over met informatie die er echt toe doet en die kan getoetst worden in het kader van een ernstig debat. Maar die info is 'te moeilijk', en daarom blijft de publieke boodschap van de BAM – al dan niet via Noriant – zich vooral concentreren rond de drie ondertussen gekende 'argumenten': de iconische waarde van een mooie brug, het 'natuurlijke tracé' (de cirkel), en het feit dat hun optie qua technische uitwerking het verst gevorderd is. Inderdaad eenvoudige argumenten en, Orbaen citerend, boodschappen die kunnen 'aanslaan', maar zijn ze relevant?

De herkomst van het argument van het cirkelvormige natuurlijke tracé blijft mij nog steeds duister. De BAM stelt dat een stad 'blijkbaar groeit volgens een vast patroon, als een druppel die in het water valt en uitdeint'. Dit soort taal doet mij eerder denken aan tienerpoëzie uit de jaren zeventig dan aan een argument van een ernstig ingenieursbureau. Het argument is irrelevant en inhoudsloos, en bovendien niet grappig in deze context. De mooie brug dan? Wie zich nog de Panorama uitzending 'Een brug te ver' herinnert weet dat het oer-argument voor de brug niets te maken heeft met het pragmatisch afwegen van kosten en baten maar alles met de hang naar het prestige dat samengaat met het ondernemen van grote urban projects in combinatie met de nostalgie naar technocratische tijden.

Met 'vooruitgangsdenken' heeft het dus alleszins niets te maken. Antwerpen moest en zou zijn eigen Brooklyn Bridge krijgen, en het hele project werd vanuit dat idee opgebouwd en verdedigd. Laat ons duidelijk stellen: in een complex dossier waarin risicobeheer mee de afweging van sociale en economische kosten en baten bepaalt komt een esthetisch argument op de laatste plaats, hoe jammer de architecten en ingenieurs dat ook mogen vinden. Ondertussen vergeten we bijna dat er functioneel, technisch, ecologisch en economisch geen enkel rationeel en ondubbelzinnig argument is waarom een viaduct over de stad onmisbaar en noodzakelijk zou zijn. Want als dan inderdaad blijkt dat de brug ook nog eens grotendeels over de stad gaat, in plaats van alleen maar over de Schelde, wordt het argument niet alleen irrelevant, maar ook nog vals. 'Picknicken we straks ook bij de brug, zoals de San Franciscanen bij hun Golden Gate?' vraagt de brochure ons. De Golden Gate is een brug over een waterpartij met natuurlijke oevers, niet over de stad. De vergelijking gaat dus niet op en is misleidend.

Daarmee belanden we bij het derde argument, vandaag blijkbaar hét argument dat de BAM, de politici pro BAM-tracé en andere voorstanders naar voor schuiven: het BAM-tracé zal eerder klaar zijn dan het tunnel-alternatief, en dat is belangrijk, wordt gesteld, want 'nog meer uitstel is nefast voor de stad'. Dit argument is problematisch omdat het eigenlijk berust op een perverse uitholling van het democratisch principe. Natuurlijk is het BAM-tracé vandaag het meest uitgewerkt. Ze hebben er immers jarenlang zonder enige vorm van inspraak kunnen aan sleutelen. Het 'vroeger klaar' argument is op zich trouwens een strategische vereenvoudiging van de feiten. Iedereen weet ondertussen dat de architecten van het knooppunt van de Lange Wapper met de bestaande ring (een gedrocht – sorry voor de onwetenschappelijke beschrijving – van 18 rijstroken met noodzakelijk en risicovol weef-verkeer) zelf toegegeven hebben dat deze cruciale schakel van het BAM-tracé slecht ontworpen is en serieus moet herdacht worden. In een vergelijking van de timing van beide opties moét hiermee rekening gehouden worden, maar de BAM heeft hierrond nog geen duidelijkheid willen scheppen.

De BAM en de politici die haar in haar gepriviligeerde positie brachten hebben ook in de aanloop naar het referendum hun ware gelaat blijven tonen: dat van een actor die, vanuit de overtuiging van het eigen gelijk, niet geïnteresseerd is in de mening van de burger en het middenveld. Hun parcours, met als één van de glorieuzere momenten het 'alvast indienen van de bouwaanvraag', is in die zin gekend en kan onder andere op de website van stRaten-generaal getraceerd worden.

Wat ook het resultaat van het referendum wordt, we kunnen nu al besluiten dat de 'technisch complexe' maar enige relevante argumentatie omwille van strategisch-politieke redenen in het publieke debat nauwelijks een kans gekregen heeft. Ikzelf heb, ook vanuit mijn interesse als onderzoeker, behoorlijk wat tijd gestopt in het bestuderen van de verschillende argumenten, en ga zondag zonder te twijfelen nee stemmen, en dit omdat ik na afweging van pro en contra uiteindelijk een viaduct boven een stad niet aanvaardbaar vind én de kans dat het fameuze knooppunt op een redelijke manier ontrafeld wordt zeer klein inschat. In die zin vind ik het 'vroeger klaar' argument van de BAM zeer relatief. Ook het tunneltracé kan blijkbaar binnen een redelijke en vergelijkbare termijn klaar zijn. Nog even doorbijten dus, en Antwerpen zal er wel bij varen.

Mijn nee-stem is echter ook een nee tegen de manier waarop een dergelijk belangrijk project strategisch gestuurd en gepositioneerd wordt, en een afkeuring van het amateuristische politieke beleid. De Antwerpenaar die, met de blik verblind door strategische glitter en vertroebeld door emotionele mist, geen kans gekregen heeft om zich evenwichtig inhoudelijk te informeren kan toch naar het referendum gaan en ook nee stemmen. De nee is dan een stem tegen de technocratie en de manier waarop die met irrelevante argumenten een valse sfeer van vertrouwen wil scheppen en daarmee de burger misprijst; een mening die vandaag en morgen evenzeer relevant is als een inhoudelijke stem.

Gaston Meskens is fysicus, filosoof en kunstenaar en mede-auteur van het boek 'Kernenergie (on)besproken – Een geschiedenis van het maatschappelijk debat over kernenergie in België'.

Gaston Meskens

gaston.meskens@theacademia.org

 

(volledige tekst definitief advies GECORO)

Tags: