Persbericht stRaten-generaal

afbeelding

12 april 2011

 

Verkeersmodelleringen Antwerpse Masterplan 2020 leggen hypocriete en roekeloze houding Vlaamse regering bloot in omgang met Antwerpse mobiliteitsproblematiek

* Hypocriet, want verbreding Antwerpse ring wordt onvermijdelijk bij vasthouden aan BAM-tracé. Volgens de verkeersmodelleringen die minister van Mobiliteit Hilde Crevits vorige week bekendmaakte blijft die ring immers ook na realisatie van het totale Masterplan flirten met de verzadigingsgrens, waarna het plan weer zal opduiken om alsnog rijstroken toe te voegen aan de ring.

* Hypocriet, omdat de regering – ditmaal bij monde van minister Crevits – blijft beweren dat het Meccanotracé ontoereikend werd bevonden in een door haar bestelde studie. Dergelijke Meccanostudie werd echter nooit vrijgegeven. Wellicht omdat ze niet bestaat. Het Vlaams Verkeerscentrum bevestigde ons vorig jaar dat ze het Meccanoplan nooit modelleerde.

* Roekeloos, want een aantoonbaar beter plan (Meccanotracé volgens studie Transport & Mobility Leuven) wordt reeds meer dan een jaar genegeerd door een regering die beseft dat het plan uiteindelijk toch zal moeten worden geëvalueerd in het plan-MER. De regering denkt tijd te winnen, maar creëert vooral tijdverlies.

*Roekeloos, omdat de aanleg van de A102 en de vertunnelde R11 pas na de aanleg van het BAM-tracé wordt gepland. De bypass die de Antwerpse ring moet ontlasten komt er dus nà de aanleg van het tracé dat verkeer naar de ring zuigt. Begrijpe wie kan. In de tussenperiode (2017 tot 2024) dreigt een totale stilstand op de ring, met verzadigingsgraad boven de 100%.

Na de aanleg van het dure BAM-tracé zal het geld overigens op zijn, wat als extra reden zal worden ingeroepen om de aanleg van de bypass A102/R11 te vervangen door het goedkopere verbreden van de ring. Of als reden om de bypass in goedkopere (lees: niet-vertunnelde) versie uit te voeren.

 

De op vrijdag 8 april 2011 door minister van Mobiliteit Hilde Crevits bekendgemaakte verkeersmodelleringen van het Masterplan 2020 bevestigen wat we al sinds 2003 weten: een Antwerps Masterplan Mobiliteit met BAM-tracé biedt geen oplossing voor de files in Antwerpen. Wanneer het Masterplan in zijn totaliteit zal zijn uitgevoerd, zal de verzadigingsgraad op de zuidelijke Antwerpse ring (= centrale en drukste snelweg van Vlaanderen) nog steeds 90% bedragen, ‘leert’ ons de studie. Niets nieuws onder de zon: dit is de zoveelste studie die aantoont dat de Vlaamse regering miljarden euro’s over heeft om inefficiënte infrastructuurwerken uit te voeren.

stRaten-generaal hamert al sinds 2005 op deze nagel: het BAM-tracé is deel van het probleem. Het tracé zuigt immers doorgaand verkeer naar de Antwerpse ring, die geen ring is maar een extreem drukke snelweg dwars door een dichtbevolkte stad. In onze reeks Oosterweelmythologie (januari 2011, www.stratengeneraal.be) hebben we recentelijk nog deze analyse herhaald in mythe 4 (‘Het BAM-tracé werkt’).

In augustus 2010 – vlak voor de Vlaamse regering het Masterplan 2020 goedkeurde – waarschuwde het Vlaams Verkeerscentrum (auteur van de ‘nieuwe’ verkeersmodelleringen) nog in een interne nota voor een onderdimensionering van de Antwerpse ring na aanleg van het BAM-tracé en toevoeging van de A102. De voorziene verbreding van de huidige Antwerpse ring zou volgens de nota zelfs niet volstaan om de verkeersstromen te verwerken.

De regering schrapte enkele weken later de verbreding van de ring uit angst voor toenemende contestatie ertegen. De verbreding werd in de diepvries gestopt. Ze zal er na de aanleg van het BAM-tracé weer worden uitgehaald, want de files op de Antwerpse ring zullen niet verdwenen zijn, bevestigen de verkeersmodelleringen andermaal.

Over de nieuwe infrastructuren (BAM‐tracé en A102) stelde het VVC in de interne nota van augustus 2010 overigens dat ze amper 43% en 31% van hun capaciteit zouden vullen tijdens de spits. Dure infrastructuren voor weinig verkeer dus, wist men toen al. In de vorige week vrijdag vrijgegeven verkeersmodelleringen van het Masterplan 2020 vinden we geen cijfers terug van de benutting van het BAM-tracé of de A102. Nochtans cruciale cijfers om dat Masterplan te evalueren.

 

Minister Crevits reageerde opvallend fatalistisch op de ‘nieuwe’ cijfers. Ja, het zal nu eenmaal altijd druk blijven op de Antwerpse ring, ook na uitvoering van het Masterplan. Het doorgaand verkeer om de stad heen leiden is immers niet de belangrijkste doelstelling, zei ze. ‘De ring is geen lokale weg.’ Daarom ook vond ze het niet nodig om het Meccanotracé te toetsen aan de nieuwe verkeersmodellen. Dat alternatieve tracé wil net wel het doorgaand verkeer omheen de stad leiden en van de kleine ring een lokale expressweg maken, zoals inmiddels in elke Europese stad van de schaal van Antwerpen (of groter) gebruikelijk is. Doorgaand verkeer laat je niet door je stad rijden: die simpele logica dringt maar niet door tot de Vlaamse regering.

Tijdens de persconferentie fietste de minister rond de hete brij heen, aldus Het Laatste Nieuws (9 april): ‘We hebben Meccano vorig jaar al berekend. Nu niet, neen.’ Hier liegt de minister. In een schrijven aan ons meldde het Vlaams Verkeerscentrum op 6 mei 2010 dat het nooit een berekening van het Meccanotracé uitvoerde. Leden van de Vlaamse regering willen het Meccanotracé blijkbaar buiten beeld houden en verstoppen zich daarbij achter de lege mededeling dat dit tracé ‘ontoereikend’  bevonden werd. Maar waar is die studie waarover de ministers het steeds weer hebben? Ondanks uitdrukkelijke en herhaalde vraag naar die studie kregen we ze nooit te zien.

De enige verkeersmodelleringsanalyse van het Meccanotracé werd gemaakt door het Leuvense Transport & Mobility (TML). TML toonde in september 2010 het tegendeel aan van wat de ministers beweren: het Meccanotracé biedt een significante ontlasting voor de Antwerpse ring: min 45% aan het Sportpaleis, min 44% aan de Kennedytunnel en min 34% op het drukste deel van de ring. Alle congestie verdwijnt er, nergens is een verbreding van de ring nodig.

De weigering van de Vlaamse regering om het Meccanotracé in deze fase ernstig te nemen mag als roekeloos beleid worden bestempeld. Bij opmaak van het plan-MER voor de Oosterweelverbinding met tunnels zal het Meccanotracé immers meegenomen moeten worden als ‘redelijk alternatief’. De kans is reëel dat ook dan dit alternatief superieur wordt bevonden aan het BAM-tracé, zoals het reeds klonk in de TML-studie. Een regering die nu weigert om een kwalitatieve analyse te laten maken van het belangrijkste alternatief voor het eigen plan organiseert op die manier zelf twee bijkomende jaren tijdverlies.

 

Een regering die de fileproblematiek in Antwerpen ernstig neemt, plant ook eerst de aanleg van de voorziene bypass A102/R11 vooraleer het BAM-tracé aan te leggen (incluis de ingewikkelde koppelingen van dat tracé aan de huidige ring). De bypass dient immers om de ring te ontlasten, zo beweerde de Vlaamse regering nog in september 2010. Maar het omgekeerde blijkt waar: de bypass die de Antwerpse ring moet ontlasten wordt pas gebouwd na de aanleg van het BAM-tracé dat verkeer naar de Antwerpse ring zuigt. Met de A102 wordt ten vroegste in 2021 begonnen.

Dat is vragen om problemen, zo blijkt uit het ‘scenario 2’ dat eveneens werd gemodelleerd door het Vlaams Verkeerscentrum. Dat scenario bestaat uit het bestaande snelwegennetwerk plus de Oosterweelverbinding plus een verhoogde modal split. Conclusie bij dit scenario:

‘De snelwegknopen Antwerpen West, Centrum, Zuid, Oost, Noord en Ekeren blijven gedurende de spitsen met problemen kampen. Ook op E313 overstijgt de vraag zowel in ochtend- als avondspits de wegcapaciteit. Op de ring zelf blijft de sectie Berchem-Borgerhout overbevraagd.’

Na aanleg van het BAM-tracé (en zonder bypass) blijven alle vitale delen van de Antwerpse ring knelpunten, met verzadigingsgraden boven de 100%. Logisch is het dan toch om eerst het ‘ventiel’ op deze overbevraagde ring aan te leggen, namelijk de bypass. Anders creëer je zelf een totale stilstand op de ring tijdens de ingewikkelde koppeling van het BAM-tracé aan de Antwerpse ring maar ook in de periode na de aanleg van het BAM-tracé en voor de afwerking van de bypass. Concreet gaat dit om een periode van een zevental jaar (2017-2024).

Noot bij dit alles: als onderdeel van het Meccanotracé scoorde de A102 erg goed in de TML-studie. De bypass trok bijna 5000 voertuigen per uur (4820) aan in de ochtendspits. Dat leidde tot een aanzienlijke ontlasting van delen van de Antwerpse ring. In combinatie met het BAM-tracé daalde de aantrekkingskracht van de A102 echter tot slechts een kleine 1500 voertuigen (1460) en bleef veel meer verkeer op de ring rijden. Ook deze vaststelling werd bevestigd in de recentelijk vrijgegeven verkeersmodelleringen van het Masterplan 2020: in combinatie met het BAM-tracé zou de bypass nauwelijks verkeer weghalen van de Antwerpse ring. Om de waarde van deze modellering te achterhalen moeten we eerst zicht krijgen op mogelijk gehanteerde sturingssystemen, aantal op- en afritten en de categorisering van de bypass (hoofdweg, primaire weg I of primaire weg II). We weten het: techniciteiten allemaal. Maar hoe abstract ze ook mogen klinken: ze maken een wereld van verschil bij het berekenen van potenties van snelwegen.

Om te achterhalen wat het Vlaams Verkeerscentrum mocht modelleren van de Vlaamse regering moeten we daarom ook beschikken over de opdrachtgeving zelf. We vroegen die reeds weken geleden op, maar vingen ook daar nul op het rekest.

Vorige week vrijdag gaven de Vlaamse regering en het Vlaams Verkeerscentrum veel evaluaties en conclusies, maar wat precies gemodelleerd werd en welke resultaten die modelleringen geven op specifieke zones in het snelwegennetwerk: we worden daarover in het ongewisse gelaten. En zolang dat het geval is, kun je eigenlijk geen oordeel vellen over wat gepresenteerd werd.

 

Daarom, en om velerlei andere redenen aangehaald in dit persbericht, vraagt stRaten-generaal aan de Vlaamse regering om eindelijk open kaart te spelen in het besluitvormingsproces over het Masterplan 2020 en onderdelen ervan.  Hou ook op met het minimaliseren van negatieve evaluaties van het BAM-tracé. Neem de Antwerpse mobiliteitsproblematiek eindelijk ernstig en kies tegelijk ook voor het bevorderen van de leefkwaliteit in de stad. Gun het Meccanotracé (incluis 6,2 km overkapping van de huidige ring) met andere woorden een kans en laat het BAM-tracé en het bouwconsortium Noriant minstens tijdelijk los.

Zolang de Vlaamse regering de ontstane relatie met een bouwconsortium laat primeren boven een open kijk op de Antwerpse mobiliteitsproblematiek, zullen we geen stap vooruit geraken.

 

Voor stRaten-generaal,

Manu Claeys en Peter Verhaeghe

 

Tags: