Vlaamse regering voert openlijk en actief obstructiepolitiek tegen Meccanoalternatief

 

Persbericht 5 maart 2012
stRaten-generaal en Ademloos
 

 

Vlaamse regering voert openlijk en actief obstructiepolitiek tegen Meccanoalternatief
 
Antwerpse actiegroepen hekelen
 
* aantoonbare onwil Vlaamse regering om gevangenis Beveren 48 meter op te schuiven
* gratuite uitspraken staatssecretaris Verherstraeten over ‘jarenlange’ vertraging bij opschuiven gevangenis
* hypocrisie Vlaamse regering in MER-procedure Oosterweelverbinding
* inbreuk Vlaamse regering op EU-richtlijn 2001/42/EG over het opmaken van MER-rapporten
 

Op vrijdag 2 maart 2012 maakte staatssecretaris voor Regie der Gebouwen Servais Verherstraeten (CD&V) bekend dat de Vlaamse regering een milieuvergunning heeft verleend voor het bouwen van een federale gevangenis op het Meccanotracé. Dit tracé wordt momenteel als hoofdalternatief onderzocht binnen de decretaal verplichte MER-procedure Oosterweelverbinding. Toch plant de staatssecretaris om op 19 maart a.s. de bouwwerken voor de gevangenis te laten opstarten.

 
Voor veel waarnemers is het al een tijdje duidelijk: als vergunningverlener misbruikt de Vlaamse regering het dossier van het federale gevangenisgebouw om het door haar verfoeide Meccanotracé vroegtijdig te saboteren. Voor een regering van goede wil is het lichtjes (48 m) ruimtelijk opschuiven van de gevangenis ter vrijwaring van een corridor voor de eventuele aanleg van het Meccanotracé immers kinderspel, zowel bouwtechnisch als procedureel. We tonen dit verder aan onder 1 en 2.
 
Met het verlenen van een milieuvergunning voor één gebouw wil de Vlaamse regering een voldongen feit creëren in een andere, planologisch ruimer reikende procedure voor een volledig mobiliteitsplan – dat van het lopende MER-onderzoek over de Oosterweelverbinding, waarbij het Meccanotracé als belangrijkste alternatief wordt beschouwd.
 

 

De Vlaamse regering voert op die manier een hypocriet beleid. Aan de Antwerpse bevolking maakte ze in november 2011 o.a. via krantenadvertenties wijs dat ze het Meccanotracé een eerlijke kans wil geven binnen het MER-onderzoek Oosterweelverbinding. Maar tegelijk beweegt ze hemel en aarde om vanuit een andere procedure dat tracé fysiek en bouwtechnisch onmogelijk te maken.

 

Het is evident dat dergelijke beleidsvoering indruist tegen de geest, de draagwijdte en de doelstellingen van de Europese richtlijn 2001/42/EG van 27 juni 2001 i.v.m. de opmaak van milieueffectenrapporten. De actiegroepen maken de zaak daarom aanhangig bij Europa.
 

1. Aantoonbare onwil om gevangenis op te schuiven

 

De kaarten liegen niet. Rechts hieronder zien we hoe de huidige situering van het geplande gevangeniscomplex de aanleg van een Meccanotracé onmogelijk maakt. Links is het complex binnen de voorziene zone van het goedgekeurde GRUP (ruimtelijk uitvoeringsplan) en op het terrein van de reeds aangekochte grond 48 meter naar het westen opgeschoven. Daardoor verdwijnt het conflict tussen beide projecten.
 
 

 

Het gaat dus om amper 48 meter in volle landbouwgebied. Een overheid van goede wil was reeds vorig voorjaar ingegaan op de expliciete vraag van niet alleen actiegroepen en individuele burgers maar ook zijn belangrijkste adviesorgaan Vlacoro om de ‘ruimtelijke verenigbaarheid’ van gevangenis en Meccanotracé na te streven binnen het voorziene gebied van het GRUP.

 

48 meter is een klein verschil voor een gebouw, maar een groot verschil voor de toekomst van Antwerpen. Wat als het Meccanotracé eind 2012 als betere optie uit het lopende MER-onderzoek Oosterweelverbinding komt? Die kans is reëel, gelet op het reeds gevoerde mobiliteitsonderzoek door o.a. Transport & Mobility Leuven (2010) of op de evidente verschilpunten qua natuurbehoud (Sint-Annabos, Noordkasteel, geen ‘paperclip’-rotonde vlakbij Sportpaleis, …).
 
Al in februari 2011 (GRUP-procedure) en nogmaals in juni 2011 (openbaar onderzoek bouwvergunning) hebben we formeel gewezen op de nakende verplichte Meccano-evaluatie binnen de MER-procedure over de Oosterweelverbinding. In functie daarvan vroegen we toen telkens om het gevangenisgebouw een paar tientallen meter op te schuiven. In mei 2011 werden we daarin bijgetreden door het belangrijkste adviesorgaan terzake van de Vlaamse overheid: de Vlacoro.
 
Wanneer op het eind van dit jaar het Meccanotracé als betere optie uit de vergelijking komt, zal een deel van de gevangenis moeten worden afgebroken om het alternatieve tracé aan te leggen. Het belang van een agglomeratiebreed mobiliteitsdossier overstijgt immers in ruime mate de specifieke inplanting van een gebouw.
 
Dergelijk rampscenario kan makkelijk vermeden worden door vandaag reeds de gevangenis 48 meter op te schuiven. Wie zich als politicus daartegen verzet voert een roekeloze politiek. Met het verlenen van de milieuvergunning voor de gevangenis bereikt het Oosterweeldossier in elk geval een nieuw dieptepunt. Jarenlang reeds opteert de Vlaamse regering voor machtspolitiek om een ernstig debat over de mobiliteit – en daarmee de leefkwaliteit – in en rond Antwerpen uit de weg te gaan. De angst voor de kracht van een alternatief is gebaseerd op politieke agenda’s.
 

2. Gratuite uitspraken over vertraging bouwwerken

 
In de media (1 en 3 maart) en voor het federale parlement (29 februari) beweert staatssecretaris Verherstraeten dat de gevangenis niet kan worden opgeschoven, want dat ‘zou jaren vertraging tot gevolg hebben, want dan moeten we de hele procedure voor de gevangenis opnieuw beginnen’.

We ontkrachten ten stelligste deze bewering van de staatssecretaris. Waar is zijn studiewerk waaruit dat blijkt?

We verwijzen naar het arrest van de Raad van State van 8 februari 2012, waarin bevestigd wordt dat blijkens de stedenbouwkundige voorschriften en het verordenend grafisch plan de concrete inplantingsplaats van de gevangenis pas vastgesteld werd in de stedenbouwkundige vergunning, niet in het GRUP (ruimtelijk uitvoeringsplan). Om de gevangenis te verschuiven moet dus enkel een nieuwe bouwvergunning verleend worden en geen nieuw GRUP worden opgemaakt. Daarom dienden we vorig najaar reeds een verzoekschrift in tot schorsing en nietigverklaring van de huidige bouwvergunning. Dit met het oog op een aanpassing van de bouwvergunning, waarbij de gevangenis dusdanig opgeschoven wordt dat het Meccanotracé mogelijk blijft binnen het huidige GRUP. Dat kan perfect door de gevangenis 48 meter op te schuiven. De bouwplannen hoeven daarvoor niet gewijzigd te worden. Het gaat om eenzelfde complex met identieke architectuur en binnen eenzelfde gebied.
 
Met respect voor alle procedures kan op korte termijn (165 dagen) een nieuwe bouwvergunning voorliggen. Een redelijke vergunningstermijn voor een dringend project bedraagt 108 dagen. Voeg daarbij twee maanden voor de opmaak en het indienen van de aangepaste plannen. Volgende tabel beschrijft de in de toepasselijke procedure voorziene stappen en termijnen (cf. art. 4.7.26 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening), met in de laatste kolom de redelijk benodigde termijn – in geval van maximumtermijnen – of verplicht opgelegde termijn en een toevoeging voor een aantal nodige behandelingsdagen tussen de stappen:
 
 

De tijdsbestekken in deze tabel stroken met de termijnen benut bij het bekomen van de huidige bouwvergunning voor de gevangenis in Beveren. Op 5 mei 2011 werden daartoe de bouwplannen ingediend. Een goede drie maanden later, op 9 augustus 2011, verleende de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar de bouwvergunning.

 
Binnen de voorziene procedures en gebaseerd op de doorlooptijd voor de eerder bekomen bouwvergunning kunnen we dus stellen dat op korte termijn (165 dagen) een nieuwe bouwvergunning kan voorliggen. In september van dit jaar nog kan dan de bouwwerf worden opgestart. Dat is over een half jaar. Geen ‘jaren vertraging’ dus.
 
Bij aanpassing van de plannen kunnen de diverse Antwerpse actiegroepen hun lopende juridische procedures tegen de inplanting van de gevangenis staken, en een nog in te dienen klacht bij Europa (zie onder 4) inhouden. Dat creëert rechtszekerheid voor overheden die oprecht het bouwen van een gevangenis nastreven in plaats van het verijdelen van een alternatief tracé.
 
Op langere termijn kan vervolgens voor een deel van het GRUP een bestemmingswijziging worden doorgevoerd, door uitdrukkelijk in overdruk een zone aan te duiden als ‘reservatiestrook voor lijninfrastructuur’, met vermelding van bv. ‘Het gebied aangeduid in overdruk wordt ten bewarende titel gereserveerd voor de aanleg, het beheer en de exploitatie van wegeninfrastructuur en aanhorigheden’. De bestemmingswijze kan in de toelichtingsnota als volgt worden toegelicht:
 

‘De reservering is ingegeven vanuit het alternatievenonderzoek in het kader van de realisatie van de Oosterweelverbinding, in de uitvoeringswijze zoals beslist door de Vlaamse regering op 29 september 2010, als onderdeel van het Masterplan 2020.

In het kader van het MER-onderzoek  ter voorbereiding van de aanpassing van het gewestelijk RUP Oosterweelverbinding definitief vastgesteld op 16 juni 2006 wordt het zogenaamde “Meccanotracé” uitdrukkelijk opgenomen als te onderzoeken alternatief tracé.  De zogenaamde “westtangent” van het Meccanotracé sluit aan op de E17 ter hoogte van voorliggend plangebied en het tracé loopt over de zuidwestelijke rand van het plangebied. 

Zolang er geen definitief uitsluitsel is over het tracé van de Oosterweelverbinding, is het aangewezen om ook in het kader van voorliggend RUP rekening te houden met de voorliggende alternatieven.  Bijgevolg wordt ten bewarende titel een  reservatiestrook voorzien voor de aanleg van wegeninfrastructuur en aanhorigheden.  Indien definitief vaststaat dat het Meccanotracé niet zal worden gerealiseerd, vervalt de reservatie.’

 

3. Hypocrisie bij omgang met MER-procedure

 
Sinds november vorig jaar wordt het Meccanotracé formeel meegenomen binnen de opmaak van het milieueffectenrapport over de Oosterweelverbinding, als wellicht het belangrijkste alternatief ervoor.
 
Dat wil zeggen dat de MER-administratie onder bevoegdheid van minister van Milieu Joke Schauvliege in de loop van 2012 een grondige studie laat opmaken over het Meccanotracé in vergelijking met de Oosterweelverbinding. Die studie is reeds opgestart. Op 23 februari ll. zat stRaten-generaal samen met de mensen van de cel-MER en met het studiebureau dat de onderzoeksopdracht kreeg. Er werd ruim twee uur vergaderd, waarbij o.a. het hele tracé technisch en functioneel werd overlopen. De cel-MER wilde zo veel mogelijk informatie verwerven om het alternatief op een correcte manier te laten onderzoeken.
 
Desondanks verleent de minister nu een milieuvergunning voor een gebouw dat op dat alternatieve tracé zal komen. Daarmee gaat ze niet alleen in tegen de goede werking van haar eigen administratie, door als bevoegd minister een milieueffectenrapport waarvoor ze zelf de opdracht gaf al bij voorbaat te ondergraven met een milieuvergunning voor een gebouw op het tracé van het belangrijkste te onderzoeken alternatief.
 
De minister en bij uitbreiding de regering doen ook aan hypocriete beleidsvoering. Op 16 november 2011 informeerde de Vlaamse overheid de Antwerpse bevolking via aankondigingen in de krant dat ze het Meccanotracé zou laten evalueren binnen het MER-onderzoek Oosterweelverbinding.

Naar aanleiding van de aankondiging berichtte Belga op 16 november: ‘Opmerkelijk is dat naast de door de Vlaamse regering gekozen Oosterweelverbinding ook het door actiegroepen voorgestelde Meccanotracé formeel ter inzage wordt gebracht.’ Die avond besteedde de lokale televisiezender ATV ruim een kwartier aan de opstart van het MER-onderzoek, met als meest opmerkelijke vaststelling dat het Meccanotracé daarin zal worden meegenomen. ’s Anderendaags titelde Gazet van Antwerpen: ‘Ook Meccano komt in dossier Oosterweel’’. Het Nieuwsblad bracht eenzelfde hoofding: ‘Ook alternatief Meccanotracé raadpleegbaar voor inwoners’.

 
Van 16 november tot 16 december 2011 werd de kennisgevingsprocedure (terinzagelegging) voor het MER over de Oosterweelverbinding georganiseerd. Het Meccanotracé stond inderdaad in de ontwerprichtlijnen vermeld als te onderzoeken alternatief. Zoals ruim een jaar daarvoor aangekondigd legden diverse actiegroepen het Meccanotracé voor als te onderzoeken alternatief. Op 16 december 2011 diende stRaten-generaal officieel een grondig uitgewerkt document in binnen de procedure, met daarin o.a. een uitvoerige beschrijving van het Meccanotracé.
 
Door nu een vergunning te verlenen voor het bouwen van de gevangenis op het alternatieve tracé bedot de regering velen die te goeder trouw deelnamen aan de kennisgevingsprocedure voor het MER-onderzoek. Duidelijk wordt dat de regering bedrog pleegde in haar communicatie richting de Antwerpse publieke opinie, want het meenemen van het alternatieve Meccanotracé wordt blijkbaar een operatie window-dressing.
 
Rond half maart worden de definitieve richtlijnen van de cel-MER verwacht, waarin de inhoudsafbakening van het MER zal worden vastgesteld. Zonder enige twijfel zal in die richtlijnen het bestuderen van het alternatieve Meccanotracé opgenomen staan. Maar wat is het statuut nog van een alternatief in een MER, wanneer op de locatie van dat alternatief een gebouw opgetrokken dreigt te worden door dezelfde overheid die het MER-onderzoek laat voeren? Wordt dit dan geen zinledig MER-onderzoek?
 

Het is belangrijk dat de bevoegde minister van Milieu en haar cel-MER hierop een antwoord geven. Inmiddels schreven we in die zin alvast reeds de cel-MER aan:

Graag bekwamen we van de cel-MER duiding bij het statuut van het Meccanotracé dat in de lopende MER-procedure Oosterweelverbinding mee wordt onderzocht. Uit de gepubliceerde kennisgeving voor het MER Oosterweelverbinding en uit ons overleg dd. 23 februari ll. (waarop we met visueel materiaal nogmaals wezen op mogelijk conflict tussen de twee procedures ‘gevangenis’ en ‘MER Oosterweelverbinding’) blijkt immers dat het Meccanotracé wel degelijk meegenomen wordt in de MER-procedure Oosterweelverbinding.
Als insprekers van een grondig uitgewerkt alternatief willen we weten waar we aan toe zijn. Hoe denkt de cel-MER om te gaan met dit nieuwe feit? Zijn er bv. plannen om nog voor publicatie van de richtlijnen onderzoek te plegen naar de verenigbaarheid van het bouwen van de gevangenis en het vrijwaren van een corridor voor het Meccanotracé binnen de voorziene bouwzone?

 

Het kan immers niet de bedoeling zijn dat pro forma een fantoomproject als alternatief onderzocht wordt.
 

4. Inbreuk op Europese regelgeving MER-rapportering

Kan een overheid zomaar actief een te onderzoeken infrastructuuralternatief binnen een MER-onderzoek hypothekeren of onmogelijk maken door in een parallel lopende procedure vergunningen te verlenen voor het optrekken van een gebouw op het tracé van dat alternatief?

Kan een minister van Milieu zomaar de goede werking van haar eigen dienst-MER ondergraven door een formeel reeds opgenomen alternatief te dwarsbomen middels het verlenen van een milieuvergunning voor een gebouw op dezelfde plek als dat alternatief?

 
Wat heeft het nog voor zin MER-onderzoeken op te leggen, wanneer overheden tegelijk vergunningen kunnen afleveren die ertoe leiden dat hoofdalternatieven binnen MER-onderzoeken fysiek onmogelijk gemaakt worden? Daartegen staat de burger machteloos. Dit geeft een vrijgeleide aan overheden. Mogelijk wordt dit een precedent voor bestuurlijke handelswijzen in andere MER-procedures.
 
Over dit alles zullen we vragen voorleggen aan de Europese Commissie.
 

Meer in het bijzonder zullen we vragen of een lidstaat - in het licht van art. 5, 3 van de richtlijn 2001/42/EG van 27 juni 2001 - bij de beoordeling van de milieueffecten van een plan of programma en bij het verlenen van bouw- en milieuvergunningen abstractie mag maken van reeds gekende en relevante gegevens in het kader van een lopend MER-onderzoek naar een ander plan of programma. De Commissie zal hier ontkennend op antwoorden, want anders kan voortaan elke lidstaat door de realisatie van een relatief beperkt project de reeds gekende en te onderzoeken alternatieven voor een ander ingrijpend project sturen en actief uitsluiten zonder dat hier enig milieueffectenonderzoek of enige inspraakprocedure in dat kader aan vooraf gaat.

 

 
Manu Claeys en Peter Verhaeghe, voor stRaten-generaal
Wim van Hees en Guido Verbeke, voor Ademloos
 

 

Tags: